Regenachtige gedachten & woonbladen

Het is weekend en het regent al twee dagen. Ik vind daar iets van. IK VERVEEL ME EEN ONGELUK!

We zitten maar te hangen met z’n allen en dat is best wel gezellig maar op een gegeven moment krijg ik vreselijk de kriebels. Ik moet iets dóen! Iets leuks!

Ja, stomme klusjes, die zijn er zat. De boel opruimen, de badkamer schoonmaken, de bergen vuile was wegwerken. Maar dat wil ik allemaal niet natuurlijk.

Kijk, ik dóe het (want ik ben een goede huisvrouw *kuch*), maar het gaat allemaal niet van harte. Ik werk vijf dagen in de week en als ik thuis ben wil ik me kunnen ontspannen; Gezellige dingen ondernemen met m’n gezin. En niet me in m’n eentje opsluiten in de waskamer, alwaar ik me wanhopig afvraag waarom alles ALLES ALLES in de piskreukels op het wasrek hangt.

Want strijken, dat doe ik in principe niet. Ik heb niet eens een strijkplank. Met de vorige wasmachine kwam ik daar nog goed mee weg, maar dit huidige apparaat weet de kleding dusdanig flink in elkaar te prakken dat we er tegenwoordig bij lopen alsof we onze outfits recht uit de recycle-container hebben gegraaid. (het is overigens wel een supergoed idee om kleding aan te bieden voor hergebruik, daar ben ik helemaal vóór)

Terug naar de verveling. Ze zeggen dat je van verveling ruimte krijgt in je hoofd voor nieuwe ideeën. Ik krijg vooral nieuwe maar zeer onhaalbare ideeën waar ik op het moment zelf niks mee kan.

Zo zit ik in een soort non-stop fantasiemodus, wat ons nieuwe huis betreft. En dan gaat het voornamelijk over de inrichting en de aankleding.

We hebben een zeer krap budgetje. Maar hee! Laat ik mij mentaal gezien niet door tegenhouden. Dan droom ik weg bij prachtige woonkamers op Instagram, heb ik weer peperduur behang gezien dat ik wil, of een tafel die mooi is maar ruim €1000 kost. Aaargh! (Allon Dery, bel me! Ik wil wel een dealtje met je maken haha)

En het ergste is: Ik mag nog lang niet aan de slag! Aaaaargh!

En waarom heb ik zo’n dure smaak? Aaaargh!

Ik dacht wat te kalmeren als ik wat woonbladen zou kopen. Kom ik dus thuis met de VT Wonen en de Ariadne at Home. Leuk joh, mag je allemaal succesverhalen lezen van mensen in kasten van huizen.

Marianne (50): ‘We woonden eerst in een landhuis op het platteland maar toen onze oudste op kamers ging zijn we verhuisd naar een wat kleiner appartement, in het 1e arrondissement van Parijs. We vonden daar een charmant flatje van 250 vierkante meter, zonder stromend water, met een kolonie zeldzame vleermuizen er in. We vielen als een blok voor het antieke visgraatparket en de hoge ramen. De vleermuizen heb ik laten opzetten, zij vormen nu een spectaculaire blikvanger in de badkamer. De keuken hebben we er uit gesloopt, dat was nog een oud Ikeaatje. Nu hebben we deze keuken, gemaakt van gejutte paneeldeuren en afgedankt ijzer. Helemaal de uitstraling van een abattoir! We zijn er dolblij mee. We zitten hier graag met een croissant te zwaaien naar de buurman, Emmanuel Macron‘.

Ugh. Rot op met je perfect gestylede Franse appartement. Of je rustiek gelegen cottage. Of je omgebouwde loft met industriële accenten. Of je eeuwenoude familiehuis in Zweden. In zo’n huis staat ALLES leuk, daar is geen kunst aan.

En dan die mensen die hun hele pand volstouwen met designklassiekers en her en der een oud vermolmd gymtoestel.

Want what’s up with that? Waarom heb je als volwassen man een rekstok in je kamer? Is dit een seksding waar ik niks van snap?

En er zijn ook mensen die hun huis opleuken met zo’n ouwe bok uit de gymzaal. En dan bedoel ik niet meneer Willemse, je gymleraar uit de tweede. Nee, zo’n leren geval op pootjes waar je overheen moest springen. Liters puberzweet hebben het bruine leer aangetast maar HIP DAT HET STAAT JOH.

Onbegrijpelijk.

Stomtoevallig zit ik net een film te kijken waarin een bok voorkomt!

Verder hadden we hier nog de woordverkrachting van de week te pakken met ‘hoofdkitchen’

Was gewoon ‘keuken’ niet interessant genoeg jongens? Waarom niet gekozen voor headkitchen? Of headkeuken of main food preparing area? Pfffff….

Al met al erger ik me dus meer aan die bladen dan dat ik er prachtige ideeën van krijg.

En ik verveel me nog steeds.

Ik heb nu een set borduurspullen besteld. Voor het volgende verveel-weekend.

Advertenties

Een nieuw tweedehands bed: Auping Auronde

Het voelt raar om een huis te verlaten waar je echt jaren aan hebt lopen knutselen qua interieur. Toch gaan we het doen. In het nieuwe huis moet ik van voren af aan beginnen. En ik ga dat een stuk duurzamer aanpakken dan eerst.

We hebben na 11 jaar alvast een ‘nieuw’ bed gekocht. Een tweedehandsje! Ja heus.

Het oude Ikea-geval was kapot, de dwarsbalk was doormidden gescheurd. (Vraag mij niet hoe we dát voor elkaar hebben gekregen 😂) We hebben maandenlang de boel gestut met een paar boeken.

Ik had er nog vrij veel nostalgische gevoelens bij, dat lage bedje met de scherpe hoeken. Ik heb er 100 miljoen keer m’n schenen tegen gestoten bij het verversen van de lakens. Okee, dat is niet waar de nostalgische gevoelens vandaan komen.

We hebben er toch 11 jaar lang lief en leed in gedeeld. En onze jongste is in dit bed geboren. Daar lag ik te persen voor m’n leven; mei 2016, met om mij heen de verloskundige, de stagiaire van de verloskundige, de kraamhulp én m’n partner. Al met al een behoorlijk groot gezelschap. Misschien was dat het begin van het einde qua dwarsbalk, haha!

(Dit is geen filmpje van de bevalling, no worries)

Aaaaaagossie kijk nou😍. Een versgeperste baby.

Okee, dat bed moest dus weg. Uit elkaar gehaald en naar de milieustraat vervoerd. Later die dag werd ons nieuwe bed bezorgd: Een opgeknapte tweedehands Auping Auronde. Nederlands product, uit Deventer, onverwoestbaar (hoop ik).

Volgens de fabrikant kunnen Aurondes wel 70 jaar mee, maar gooien de meeste mensen ze weg na een jaar of 20. En dat is zonde! Je kunt ze laten spuiten in een kleur die jij leuk vindt (elke RAL-kleur) en dan is het bed weer zo goed als nieuw. Wij kozen voor de kleur Taupe. (Voor de mannelijke lezers: Legergroen)

Nieuwe matrassen d’r op, hatsee. En als je aan het touwtje trekt komt het hoofdeind omhoog. IK HOU DAAR VAN. Het is zo gezellig in ons nieuwe bed! En het slaapt heerlijk. Ik heb m’n schenen er ook nog niet aan gestoten.

En -ook niet onbelangrijk- de helft goedkoper dan een nieuwe Auping. Als je ziet wat bedden kosten tegenwoordig!! Je zou er slapeloze nachten van krijgen. Dan maar een bed recyclen.

We slapen er nu een week in. De eerste nacht deed ik geen oog dicht. Ik miste m’n kuil en het vertrouwde gekraak. Maar een week later vind ik het allemaal heerlijk. En ik heb ook geen pijn meer in m’n rug. Weet je wat, ik ga weer even liggen voor een een dutje.

Welterusten.

Nieuw huis, nieuw leven

Het is alweer een tijdje geleden dat ik iets heb geschreven. En dat kwam niet doordat er niets is gebeurd, maar juist doordat er heel veel is gebeurd. Rustig maar, niks dramatisch.

Maar er waren allerlei dingen aan de gang waar ik maar beter niks over kon zeggen, omdat er nog zo weinig zeker was. Als een soort logisch gevolg deelde ik maar helemaal niks meer, want voor je het weet verklap je vanalles en dan is het einde zoek.

Ik stop bij RTV Rijnmond en verhuis met mijn gezin naar Zwolle. Zo. BAM. Dat is er uit.

Een echt duidelijke reden hiervoor is niet te geven. Het is meer het resultaat van allerlei kleine dingetjes. We hebben op een gegeven moment besloten om ons boeltje te pakken en te verhuizen naar Overijssel.

We wonen nog geen drie jaar in ons huidige huis dus dat is een beetje onhandig, maar met de huidige huizenmarkt durfden we de overstap wel aan. Er is niks mis met het huidige huis.

Het is een prima plek om kinderen groot te brengen: Ruim, licht, van alle gemakken voorzien. Iedereen een grote slaapkamer, en zelfs een speciale knutselkamer, parkeren voor de deur, vriendjes voor de kinderen in de buurt.

Toch hebben we nog niet de energie gehad (of gemaakt) om er echt ónze plek van te maken. De vloeren boven wilde ik graag vernieuwen, ik wilde graag gladde muren overal en niet van dat verschrikkelijke spachtelputz, ik wilde graag een nieuwe keuken, ik wilde een andere badkamer en stiekem toch ook wel een grotere tuin.

Intussen bleef het gewone leven maar doordenderen in alle sleur. Mijn radioprogramma deed ik al 9 jaar lang, elke dag tussen 10 en 13 uur. Om kwart over 10 het spelletje, om half één het praatje met de weerman…Alle dagen leken op elkaar en dan niet op een positieve manier.

Elke dag in de file, elke keer haasten naar het kinderdagverblijf…. Ik zag mijn kinderen en mijn man eigenlijk nooit. Alleen op zaterdag zijn wij met z’n vieren tegelijk thuis. En dan moet er vanalles gebeuren: boodschappen, schoonmaken, wassen draaien, sociaal doen.

Dan gaan verplichtingen zoals andermans kinderverjaardagen heel laag op het prioriteitenlijstje staan, net als familiebezoek, vrijwilligerswerk, de krant lezen, etcetera.

Rond die tijd hadden we thuis een paar keer een Goed Gesprek: Wat Willen We Nou Eigenlijk Met Ons Leven? We kwamen tot de conclusie dat we zeker niet héél erg ongelukkig waren maar dat we wel toe waren aan verandering.

Een goedkoop huisje op het Groningse platteland met een enorme tuin. Dat was de oplossing voor alle stress en alle sleur. Iedereen zou zijn baan opzeggen en iets anders vinden en veel geld verdienen met weinig uren en dan zou ALLES PERFECT worden.

(…)

Okee, zo ging het dus niet want B. kreeg op zijn werk een supermooie kans en wilde ineens niet meer honderden kilometers verderop zitten (heel gek is dat).

Ik kon stoppen met mijn dagelijkse radioprogramma en ging filmpjes maken. Dat was al een behoorlijke anti-sleur-maatregel.

Voor even was de veranderdrang verdwenen. En toch ook weer niet, want als je eenmaal verzonnen hebt dat je best weg kúnt, wíl je dat ineens ook.

Ik zag op Facebook dat er iemand op zoek was naar een leuke woning. Ik dacht: Ik heb een leuke woning. Ik maakte wat foto’s en stuurde een privébericht. We maakten een afspraak voor een bezichtiging en toen nog één. We kregen een bod, steggelden wat over de prijs en hopsakee! Huis verkocht.

Maar toen:

Paniek!!

WAAR moesten we in godsnaam gaan wonen? Als ware Funda-verslaafden zitten kijken naar alles wat er in de wijde omtrek te koop was. Maar ja. Lastig lastig. Veel geld voor fluthuizen.

Groningen toch maar? Nee, ging niet. Drenthe? Wel erg ver rijden naar Hilversum (vond ik geen probleem maar ik ben ook niet degene die daar vier dagen in de week heen moet rijden). Rotterdam? Onbetaalbaar geworden. De Veluwe? Kennen we niemand. Zeeland? Te kaal. Te Zeeuws. Brabant, Limburg en Noord-Holland waren überhaupt geen opties. Niks specifieks op tegen maar wij komen daar nooit en hebben er niets mee.

Op een avond opperde B. de stad Zwolle. M’n hart maakte een klein sprongetje. Een stad! Met dingen! Voorzieningen! En bekende mensen! B. heeft er gestudeerd en zijn vriendenclub van toen woont er nog steeds.

Lang verhaal nog langer: We hebben er een huis gekocht. Half mei gaan we over. En dan stop ik dus ook na 14 jaar bij Rijnmond. Ik ga freelance werken voor allerlei opdrachtgevers, daarover later meer.

We hebben er zin in! Ik vind het bij vlagen ook doodeng hoor, begrijp me goed. Maar ik vind het knap van ons dat we dit gaan doen. Weg met de sleur! Op naar nieuwe sleur! Hahaha!

Op Sherryreis via een culinair reisbureau

Ik ken mijn beste vriendinnen al meer dan 40 jaar. En een tijd geleden besloten wij te gaan sparen voor uitjes. Weekendjes weg zonder mannen en kinderen, dat werk. WANT DAAR HEBBEN WIJ HEEL ERG VEEL BEHOEFTE AAN 😬

Zeven jaar geleden gingen we een weekend naar Schiermonnikoog (totaal weggeregend).

Drie jaar terug waren we toe aan ons tweede uitje: 5 dagen New York City. Dat was een groot succes en moeilijk te overtreffen.

Toen we een nieuwe bestemming wilden uitzoeken liepen we tegen diverse problemen aan. Het ingewikkeldste was verzinnen waar we heen wilden en wat te doen. We zijn alledrie totaal verschillend.

Mijn twee vriendinnen zijn heel erg sportief (geworden) en ik ben het tegenovergestelde. Kajakken in de Alpen? Ik ga liever gewoon dood. Vet feesten op Ibiza? Neen dankuwel. Een citytrip? Veel te vermoeiend. Een paar dagen op het platteland? Te saai.

En dan wil die niet naar IJsland, die niet naar Madrid, die niet naar Dublin, die niet naar Kopenhagen, die niet naar Budapest, enz enz

Kortom; moeilijk moeilijk. We bleven het prikken van een datum maar verschuiven waardoor ons spaarsaldo bizarre vormen begon aan te nemen.

Op een gegeven moment kreeg ik een soort lumineus idee. Want wát vinden we alledrie wèl leuk? Het antwoord: lekker eten. En zo kwam ik bij een culinair reisbureau uit.

Daar vroeg ik om een gepersonaliseerde reis en offerte. Drie wijven, begin 40, willen weg maar niet te ver en veel lekker eten graag. Ik kreeg diverse suggesties.

Wijn drinken in Lissabon, koken in Barcelona en sherry proeven in Jerez.

Uiteindelijk kozen we voor de Sherry-reis naar Spanje. Waarom?

Vinden wij sherry lekker?

Eh. Geen idee eigenlijk.

Houden wij zo van Spanje?

Ik was er nog nooit geweest.

Maar het was prachtig. Eerste stop: Sevilla.

Kijk nou hoe mooi! Ik heb me nog nooit ergens zo snel thuis gevoeld. De mensen waren er superaardig, het tempo ligt er aangenaam laag en ik voelde me er meteen helemaal bueno.

We waren er begin oktober en toen was het er nog ruim 30 graden. We kregen een rondleiding van gids Jaime. Fonetisch: [gaimèh]

Jaime wist ons honderdmiljoen miljard dingen te vertellen over de opbouw van de stad, over het verschil tussen Romeinen en de rest van de wereld, over citrusbomen, over zoenen met Spanjaarden (je zoent kennelijk iedereen. De hele dag), over Columbus, over flamenco, over Moren, over Barbaren, over Spaanse families en hoe hecht ze zijn… ik heb genoten.

Jaime doet dit werk al 20 jaar, zeven dagen per week, 2 keer per dag. Moet je je dát eens voorstellen zeg. En dan was ie ook nog eens pas geopereerd aan z’n voet! #zielig

Hij zei zelf dattie oud genoeg was om onze vader te kunnen zijn, maar navraag leerde dat hij 49 was en waarschijnlijk niet op zijn 6e al voor nageslacht had kunnen zorgen. Maar, goed gewerkt Jaime! We waren er bijna ingetrapt. Bíjna.

De diners (en 1 lunch) waren door het reisbureau al volledig gepland, en dan kregen we er ook wijn en sherry bij, zoveel als we op konden.

Dat bleek in de praktijk nogal mee te vallen; Sherry (alle diverse soorten) heeft een flink alcoholpercentage en sla je niet zo makkelijk achterover als een willekeurig wijntje.

Het hotel in Sevilla was heerlijk, met een ondiep zwembadje op het dak en een bar met cocktails. Ook helemaal niet verkeerd.

Op dag twee in Sevilla brachten wij een bezoek aan het adembenemend mooie Alhambra. Een paleis om je vingers bij af te likken. Zie dit plafonnetje dan.

Na twee nachten Sevilla stapten we in de huurauto en reden we naar Jerez voor een overnachting in een hotel dat verder niet echt de moeite waard was.

In Jerez hebben we flink gewandeld, op terrasjes gezeten en een rondleiding gehad door een gerenommeerd sherry-huis: Bodegas José Estevéz.

Daar kwamen we erachter dat we sherry eigenlijk niet zo heel erg lekker vinden. Vooral de ‘jongere’ sherry’s zijn ehm… niet voor beginners.

Het zij zo. Nog wat vreetfoto’s? Ja? Ja?

Hier had Wies een gele jurk aan, met een geel drankje, geel eten bij een geel restaurant.

En dit was de eerste keer dat ik inktvis lekker vond.

En wat ze hier met een stuk tonijn hadden gedaan was onbehoorlijk lekker. We aten dit in Sanlucar de Barrameda, in een restaurant waar we zonder culinair reisbureau nooit terecht waren gekomen en waar de ober van die lieve donkere droomoogjes had en een rommelig baardje en een heel schattig accent…. sorry ik dwaal een beetje af.

Dan maar even over de sherry. Ik had in m’n leven pas een glas of twee op voordat ik aan deze reis begon.

Nu -na twee uitgebreide rondleidingen bij diverse bodegas- kan ik gastcolleges geven over de soorten sherry en hoe ze gemaakt worden.

Allereerst heb je druiven nodig die groeien rondom de stad Jerez of Sanlucar de Barrameda.

Daar maak je dan eerst een wrang droog wit wijntje van. Dat gaat in vaten, waar je het lekker laat gisten. Na een tijdje giet je driekwart van het vat in het volgende vat. Dat laat je ook weer gisten en doen en dan giet je het weer in een volgend vat.

Dat doe je vier keer. En in elk stadium kun je de sherry al drinken. Van licht, droog en wrang (Fino) naar donker, stroperig en mierzoet (Pedro Ximenez- lekker voor bij het dessert)

Je kunt de boel ook nog mengen en dan krijg je Cream Sherry. Bijvoorbeeld: Het ultiem zoete Pedro Ximenez met een jongere versie.

Dan is er ook nog een soort mislukte sherry die zeer exclusief is en die heet La Manzanilla. Daar is de gisting fout gegaan waardoor ie een heel eigen smaak krijgt.

Spanjaarden gooien alle sherry in de koelkast. Je drinkt het dus- alle soorten!- gekoeld. De mierzoete (die wij stiekem het lekkerst vinden) drinken ze alleen met kerst.

Wat een lekker reisje was dit. Ik hou nu nog meer van mijn vriendinnen dan ik al deed. Wat was het leuk. Zo gezellig en ongedwongen.

Nu krijg ik wel erg veel last van heimwee dus ik stop met dit verhaal. En neem nog een Pedro Ximenezje, met een stukje manchego en een klein beetje Spaanse ham. Adios! Hasta luego.

Stop-motion: nieuwe obsessie

Ja hoor, mevrouw heeft weer eens wat. Een nieuwe hobby. Bij toeval ontdekt en volledig los aan het gaan.

Het is:

stop-motion

Wat?

Van die filmpjes maken met bewegende poppetjes (etcetera) door telkens 1 foto te maken, iets kleins te veranderen en dan weer een foto te maken. Uiteindelijk heb je dan een grappige bewegende animatie. Denk Monty Python, denk Wallace & Gromit. Pingu!!pingu

The Corpse Bride van Tim Burton. Buurman & Buurman. Shawn het schaap. Kleimannetje Morph. De pauzefilmpjes op Nick junior. Noem maar op.

python
Terry Gilliam maakte briljante filmpjes voor Monty Python

Ik ontdekte de functie stop-motion in Stories van Instagram (scroll door de functies, hij staat na terugspeelvideo en handsfree) op een zondagmiddag na een potje kindermonopoly. Dochter en ik maakten vervolgens een paar filmpjes met de autootjes van het monopolyspel, die tegen elkaar raceten en alles overhoop botsten. Merel pakte er wat Playmobil poppetjes bij, en zo waren we lekker aan het rommelen.

Mijn statieven lagen op m’n werk dus zette ik mijn iPhone recht overeind in een glas -wat natuurlijk perfect is voor Instagram- en dat werkte in principe prima. Ik vond het meteen al zo lollig dat ik een speciale app downloadde, die iets beter was in het verwerken van de videootjes. Het is de app Stopmotion en hij kost een euro of 6. Een gratis versie heb je ook, maar dan kun je niet alle functies gebruiken en dat is MEGA-IRRITANT.

Die maandag erna keek ik na m’n uitzending op YouTube een stokoud filmpje waarin Monty Python-lid Terry Gilliam uitlegt hoe je met knipsels stop-motion kunt maken. Na twee minuten uitleg dacht ik WAAAAH DIT GA IK OOK PROBEREN.

En dus nam ik een foto van collega Ruud, maakte er een printje van (2 x) en knipte Ruud uit. (Terry Gilliam had in zijn tijd geen kleurenprinters, moeha!) Ik plukte een schilderijtje van de muur bij wijze van achtergrond, installeerde mijn mobieltje op een statief en maakte een kort filmpje van Ruud die iets zegt, vervolgens een beuk krijgt van zijn eigen arm en dan omvalt. De geluidjes (BONK! FFFSRT!) en de stem van Ruud monteerde ik er later in.

Supersloom was het filmpje, maar je zag wat de bedoeling was en Ruud (en al mijn andere collega’s) moesten er keihard om lachen. Ik had meteen de smaak te pakken. Die avond was ik alleen thuis en toen de meiden naar bed waren ben ik aan de keukentafel gaan knutselen. Aan mezelf. Eerst iets makkelijks:

 

Daarna een projectje waarvoor ik een aantal van mijn tuiniertijdschriften heb verknipt. De geluiden had ik allemaal al, (ik ben niet voor niks een radionerd) en het gemompel heb ik zelf ingesproken.

 

De truuk met de ogen en het hoofd dat open gaat is natuurlijk allemaal rechtstreeks gejat van held Terry Gilliam, maar ik zit nog in de experimentele fase natuurlijk.

Grote uitdagingen zijn licht en schaduwen. Ik heb nog geen geschikte lampen. Verder is het heel belangrijk dat je niet halverwege de opname je statief overhoop schopt. Dat is nooit een goed idee natuurlijk, maar hier is een miniem duwtje al funest voor het beeld. De grotere plaatjes -zoals hier mijn hoofd- plak ik vast op de tafel, want ook die wil je niet bewegen tijdens de opnames.

Later kun je nog allerlei effecten toevoegen. En geluiden. En titels enzo. Dat doe ik in LumaFusion. Een app die wij bij RTV Rijnmond heel veel gebruiken voor het monteren van video’s. Luma is goed maar niet goedkoop, een euro of 20 meen ik me te herinneren. Je kunt er video en audio in importeren en het beeld kantelen, bijsnijden, filters toevoegen, versnellen en vertragen, noem maar op.

Ik maakte nog wat filmpjes met & voor collega’s. Cees ging met pensioen. Die zou natuurlijk achter de geraniums verdwijnen! (maar niet heus hè)

 

En onze populaire weerman Ed Aldus zit er met zijn weersverwachtingen eigenlijk maar zelden naast, dus vond ik het een grappig idee om iets te maken waarbij hij met weerbarstig weer te maken krijgt. Hij sprak hem zelf in, via Whatsapp.

 

Ed regent, ja. Ik heb er ook nog ééntje gemaakt met sneeuw: Ed sneeuwt. En ik barst nog van de ideeën voor nieuwe weerberichten met Ed, want hiermee kan ik bijna eindeloos variëren, hahaha! Gelukkig vindt Ed het zelf ook erg leuk.

Nou. En gistermiddag probeerde ik eens wat met klei. Gewoon, lekker buiten. Drankje d’r bij, toastje met kaas en een blokje Fimo-klei. Het moest een filmpje worden met een poppetje. Ehm ja okee, niet echt nog een poppetje maar ik zit nog in de friemelfase nu.

Ik vind dit zó leuk!! En de mensen aan wie ik het laat zien op Facebook/Twitter/Instagram vinden het ook leuk. Ik krijg er ook veel vragen over, dus vandaar dit blog.

Ik doe over zo’n knipselfilmpje van 15 seconden ongeveer anderhalf uur. Dit filmpje van het kleipoppetje kostte me maar 20 minuten want daarvoor hoefde ik niet vanalles te printen en uit te knippen. Als ik meer tijd had zou ik elke dag een filmpje maken. Ik barst werkelijk van de ideeën. Ik hou van knutselen en ik hou van monteren! Ideaal!

Ik wil nu nog een goed zwaar laag statief, twee of meer goede lampen en iets van een achtergrondje om een soort studiootje te kunnen maken, meer klei en meer kleuren, en graag nog drie extra uren in een dag zodat ik voldoende tijd heb om me uit te leven.

 

Nou eens een keer NIET naar het tuincentrum

Ik zit in de laatste paar dagen van mijn 2,5 week vakantie. Zoals altijd moest ik me vanmorgen enorm verzetten tegen de neiging om naar een tuincentrum af te reizen en daar een absurd bedrag uit te geven.

M’n tuin is vol (echt) maar ik zie onze stervende olijfboom en ik wil hem niet redden. Er moet iets nieuws komen! Iets fris! Iets groens! Nu! Nu! En die halfgare vlinderplant kan er ook wel uit, er past vast iets veeeeeel mooiers in die bak in de voortuin.

Zo denk ik dan. Ergens in mijn hoofd zegt een stemmetje dat ik pas ècht gelukkig zal zijn als die tuin he-le-maal perfect is.

Maar wanneer bereik je dat punt? Nooit natuurlijk. Er is altijd wel wát. Staan je hosta’s er prachtig bij, zakt je Toscaanse Jasmijn helemaal in. Of de boel staat op het punt te gaan bloeien en dan komen er slakken of rupsen alle jonge knoppen opvreten. Of de zon schijnt niet tijdens je feestje, of je wordt zeeziek in je übertrendy hangstoel. Je dahlia’s knakken in de wind, de luizen bevolken je rozen. Zo blijf je bezig.

Dat perfecte wereldje bestaat gewoon niet. Dat weet ik. En toch vind ik het moeilijk om er niet aan toe te geven. Ook al is m’n geld bijna helemaal op en is die tuin tot op de millimeter volgeplempt.

Ik denk dat het hetzelfde werkt bij mensen die heel veel nieuwe kleding kopen. De constante belofte van een beter leven, het droomplaatje dat de bladen en instagram je aanpraten.

Ik had al vrij snel door dat het me met kleding nooit zal lukken. Ik heb niet veel gevoel voor stijl of mode en bovendien ben ik geen 20 meer. Naveltruitjes en high waisted skinny jeans zien er gewoon niet uit bij mij. Bovendien heb ik al m’n geld al uitgegeven aan planten.

Jurken wil ik wel graag kopen maar ik zit wat dat betreft ook aan m’n taks. Ik heb massa’s jurken en ik draag ze maar heel af en toe. En als ik dan eens een complimentje krijg vind ik het rete-ongemakkelijk. Online niet hoor, raar hoe dat werkt. Bewonder mij, maar wel op een veilige afstand alstublieft dankuwel.

Misschien moet ik wat meer werk maken van het tuinieren an sich. Er komt meer bij kijken dan de hele tijd maar dingen kopen. Het moet wat meer om het proces gaan draaien dan om het eindresultaat.

Maar ja, dingen planten is wel èrg leuk. Planten en zaden zien groeien ook. Me met andermans tuin bemoeien vind ik ook leuk. Het is zo constructief en creatief en positief.

Als die meiden van me wat ouder zijn moet ik toch maar weer een moestuin nemen. Dan blijf ik zéker in de weer.

Een cursus tuinontwerpen gaan doen misschien? Een tv-programma over tuinieren presenteren? (Dat zou trouwens echt PERFECT zijn- John de Mol, bel me!)

Kortom; ik ben een raar tuinvrouwtje geworden. Maar dan echt. 😀 Tot slot nog een quote van tuiniergod Monty Don:

Moederblues

Het is pas dag 3 van de meivakantie. Het regent de hele dag en de kinderen zijn vloeibaar van landerigheid. Al om half tien hoort Moeder het eerste ‘Ik vervéél me’ – alsof het allemaal háár schuld is.

De kleuter meldt dat ze vandaag helemaal niemand wil zien. Aankleden wil ze ook niet. Of toch wel, maar dan wil ze alleen haar My Little Pony-jurk aan. Maar het is veel te koud voor dit polyester gedrocht. Na keiharde onderhandelingen en een omkoopschandaal kleedt het kind zich alsnog fatsoenlijk aan.

Rond het middaguur staat het eerste vriendje op de stoep. Vlak daarna belt er nog een vriendinnetje aan en vertrekt het gezelschap naar boven.

Hels gekrijs en hard gebonk volgt. Moeder gaat bezorgd kijken en vindt de kinderen aan het ‘schaatsen’, met houten stukken Tsjechisch speelgoed aan hun voeten.

Daarna krijgen ze nog 6 keer ruzie over wie er wel of niet de baas aan het spelen is. Om de haverklap staat er een verongelijkt kind beneden te klagen over de anderen. Moeder doet alsof ze Zwitserland is, weigert partij te kiezen en hoopt dat ze elkaar en het huis niet slopen.

De dreumes wil alleen nog maar ‘koekies’ en ‘boekies’. Moeder vindt zo af en toe een koekje echt prima en boekjes voorlezen is ook helemaal goed en zeer educatief verantwoord, maar niet HONDERDZESTIG KEER ACHTER ELKAAR MUIS GAAT VLIEGEN. Nog even en Muis gaat ècht vliegen maar dan linea recta de grijze kliko in.

Met d’r domme muizenharses.

Ondertussen probeert Moeder wat wasjes te draaien en een beschaafd kopje thee te drinken. De kinderen eten in een onbewaakt ogenblik alle stroopwafels op.

Als Moeder even rustig gaat poepen valt de dreumes van een stoel. Moeder haast zich terug de kamer in om het hard huilende kind te troosten. Dat lukt maar matig. Er moeten 7 tosti’s gebakken en gegeten worden om de sfeer weer enigszins goed te krijgen.

Moeder wil graag een stukje lezen in haar truttige interieurbladen om zich te vergapen aan prachtige accessoires die ze nooit zal bezitten want wat moet je in godsnaam verdienen om een lamp van €8000 te kunnen betalen!?!?!? Wie koopt er zulke dingen? Één van de onopgehelderde mysteries van het leven.

Moeder komt niet ver in haar bladen want de losgeslagen kinderen komen de trap af gestampt en melden vrolijk dat ze beneden komen spelen.

Er wordt woest gegooid met een stuiterbal en Moeder eist dat de kinderen het gestuiter buiten voortzetten. De kinderen mollen daarna de halve tuin, waarna ze door Moeder naar de speeltuin gestuurd worden.

De dreumes is inmiddels overal klaar mee. Moeder legt het tegenstribbelend kind op bed en verbaast zich over de kracht die schuilt in zo’n minilijfje. Moeder verwacht dat ze grote spierballen krijgt van het worstelen met haar jongste dochter en besluit toch maar geen lid te worden van de sportschool.

Het hartverscheurend gehuil uit de kinderkamer houdt ongeveer 30 seconden aan. Daarna valt de dreumes in een diepe slaap. Zij wel, denkt Moeder jaloers.

Tijdens het slaapje van de kleinste ruimt Moeder de keuken op, hangt ze de was te drogen, zorgt ze dat de schone kleding in de juiste kast terecht komt en verschoont ze het grotemensenbed.

Moeder gaat even kijken in de kamer van de oudste en treft daar een ongelooflijke puinhoop aan. Moeder geeft het op en sjokt weer naar beneden.

Uitgeput ploft Moeder op de bank. Het is stil in huis. De thee is steenkoud geworden. De koek is op. Vader komt thuis van zijn werk en roept tegen Moeder: “Hee, vakantievierder! Heb je een lekker relaxed dagje gehad?”

☹️

Koken voor kinderen en andere ondankbare types

Mijn kindertjes eten alles. Echt! Zo raar, alles wat ik ze voorzet vinden ze héérlijk! Moeilijke ovenschotel met venkel? Hap slik weg. Vergezochte stinkkazen? Nomnomnom. Haring, olijven, sushi, rauwe cacao, lever, zure bommen, spruitjes, álles lusten ze. Alles!

Dit was mijn verhaal. Tot een paar weken geleden.

Toen begon de stille revolutie.

Opeens zei de oudste: ‘Ik vind het een beetje te pittig’ en begon de jongste haar avondeten te weigeren. Of de oudste zéi dat ze iets ‘verrukkelijk’ vond, om het volgeschepte bord vervolgens toch niet leeg te eten. En na 3 minuten om een toetje te vragen.

De kleinste leerde een nieuw woord. Koekie. Koekie koekie koekie koekie. Ze wist ineens ook waar de koekies staan. (Bovenin een keukenkastje) Ze duwt nu met een boos gezicht haar prakje van zich af en eist een koekie.

Die krijgt ze uiteraard niet. Althans niet altijd. (Grijns) Je kunt als dreumes in de groei nu eenmaal niet leven op louter Knappertjes van de firma Verkade. Disclaimer: Dat kan eigenlijk best. Kinderen groeien tóch wel. Dat komt door hormonen en niet persé door broccoli.

Toch vinden wij nog steeds dat deze kinderen alles moeten eten. Want wij koken met verse groente en veel liefde. Ook al wordt deze kookliefde tegenwoordig maar sporadisch gewaardeerd.

Ooit kende ik iemand die klaagde: ‘Mijn kinderen eten alleen nog maar frikandellen speciaal!’ Toen dacht de kinderloze ik: ‘Jezus Christus Te Paard, hoe heb je het ooit zover laten komen!?!’ Nu snap ik het beter. Je wil gewoon HEEL GRAAG dat die kinderen íets binnen krijgen.

Niet dat ik al wanhopig naar de friteuse ben gelopen hoor. Maar heel misschien heb ik vanavond mijn kinderen èxtra veel vlaflip gevoerd terwijl ik zelf nog een kom Vietnamese Phō met lekker veel vissaus en rauwe biefstuk naar binnen slorpte.

Eet smakelijk? Ach, als ik het zelf maar lekker vind! 🤣

Vermoeide volwassenen versus vermoeide kinderen

Volwassenen die moe zijn gaan even rustig zitten met een drankje. Verzuchten ‘hè hè, ik zit’ en schoppen hun schoenen uit. Wrijven in hun ogen, geeuwen en zeggen; ‘Ik denk dat ik maar eens lekker naar bed ga’. Gaan naar boven, poetsen hun tanden, gaan in bed liggen en doen hun ogen dicht.

In het meest ideale geval valt de vermoeide volwassene direct in slaap. Soms heeft de vermoeide volwassene nog wat dingen om over te piekeren of is er een andere volwassene in de buurt die niet moe is en zijn/haar zinnen heeft gezet op een potje vrijen.

In het ongunstigste scenario moet de vermoeide volwassene meerdere keren zijn/haar bed uit omdat er huilende kinderen getroost moeten worden. In het holst van de nacht.

De volgende dag mompelt de vermoeide volwassene vaak dattie zo moe is. Andere volwassenen horen dat gedwee aan en raden de vermoeide volwassene aan om maar eens vroeg naar bed te gaan.

‘Goed idee, zal ik doen’ weet de vermoeide volwassene nog net uit te brengen. De vermoeide volwassene heeft de rest van de dag zin om naar bed te gaan.

Kinderen die moe zijn vertonen bijzonder gedrag. Willen na een drukke dag persé nog 16 keer Can’t Stop The Feeling van Justin Timberlake horen om daar steeds ongecontroleerder op te dansen. Bij voorkeur op sokken, waarmee ze weinig tot nul grip op de vloer hebben.

Vervolgens vallen ze redelijk hard op hun gezicht en zetten ze het op een brullen. Het brullen houdt aan. Ook als de opgelopen wonden allang zijn verzorgd en vergeten.

Volwassenen die opperen ‘Misschien moet je maar eens naar bed’ zijn STOM WANT IK BEN HELEMAAL NIET MOE.

Belangrijk punt: Zodra het vermoeide kind begint te ontkennen dat het moe is weten de volwassenen dat het tegenovergestelde waar is. Dit kind is moe, en behoorlijk moe ook. Hoe harder de ontkenning, hoe vermoeider het kind.

Dit geldt ook voor kinderen die nog niet kunnen praten. Een dreumes die je gezellig brabbelend in haar bedje legt, ligt daar anderhalf uur later nog te brabbelen.

Een dreumes die zich daarentegen schoppend en schreeuwend in haar slaapzakje laat vouwen is binnen 30 seconden buiten westen. Om dat 12 uur lang vol te houden.

Een dreumes die overdag goed slaapt zal ’s nachts ook goed slapen. NOOIT denken dat ze ’s nachts beter zullen slapen omdat ze overdag een slaapje hebben ‘overgeslagen’. Dat is een misvatting. Dat geldt namelijk wel voor de vermoeide volwassene maar zeker niet voor het vermoeide kind.

Soms steekt het vermoeide kind een vinger in haar mond. Dat is een duidelijk signaal naar de volwassene toe dat het kind naar bed moet. Samenvattend:

Vermoeide volwassene

  • wordt steeds stiller
  • houdt zich rustig
  • gaat zonder morren naar bed
  • slaapt de hele nacht door
  • gemist middagdutje zorgt voor goede nachtrust

Vermoeid kind

  • wordt steeds luidruchtiger
  • ontkent dat het moe is
  • huilt om niks
  • jankt om alles
  • steekt duim of vinger in mond
  • valt vrij hard
  • is moeilijk te troosten
  • gemist middagdutje zorgt voor nacht vol drama’s
  • wil nóg een verhaaltje

Mogelijk gemaakt door WordPress.com.

Omhoog ↑