Thuis in Gorinchem en Rotterdam (terugblik)

Omdat ik de afgelopen jaren meerdere keren ben verhuisd ben ik het een beetje kwijt: Het Thuisgevoel. Ik weet niet meer zo goed wat dat is. Althans, ik wéét het natuurlijk wel- thuis is dat huis waar al mijn spullen staan, m’n gezin woont en waarvoor ik de hypotheek betaal. Dat is thuis. Maar vóel ik het ook zo?

Toen ik 44 jaar geleden werd geboren in het Beatrixziekenhuis in Gorinchem, hadden mijn ouders net hun fonkelnieuwe huurwoning betrokken. Een pas opgeleverde wijk die nog geen verharde straten had, amper bomen en nog geen schuttingen of aangelegde tuinen.

Na een kraamperiode van een week in het ziekenhuis (ik mankeerde niks, dat was toen gewoon zo) woonde ik in dat fonkelnieuwe huis. Met mijn piepjonge ouders (26 en 27 jaar oud) en een piepjonge Ierse setter genaamd Ruby. Na drie jaar kreeg ik een zusje- Sharon.

Ik heb een volle 18 jaar in dat hoekhuis gewoond. Daarna ging ik drie jaar lang op kamers, verknoeide wat studies en kwam weer fulltime thuis wonen. Ik haalde mijn journalistiekdiploma, ging in Hilversum wonen, daarna woonde ik soort-van-samen met iemand, dat ging uit en toen woonde ik wéér thuis. Thuis, dat was de Dr. Bauerstraat. Mijn zolderkamer was mijn domein.

Pas op mijn dertigste betrok ik een eigen etage in Rotterdam-Zuid. Toen moest ik gaan uitvogelen hoe ik me daar thuis kon gaan voelen. Dat viel nog niet mee, want ik kwam terecht in een krachtwijk/Vogelaarwijk/kansenwijk/achterstandsbuurt in een grote stad.

Het was leuk dat er zoveel verschillende eettentjes en exotische supermarkten waren. Het was klote dat je ´s avonds als vrouw alleen eigenlijk niet normaal over straat kon.

Maar binnen was het goed. Mijn etage had hoge plafonds en ornamenten en grote ramen en er was altijd iets te zien op straat.

Kamer bewerkt

Ik moest douchen in de gangkast en ik had een merkwaardige bovenbuurman die een verkeerd afgesteld sociaal gevoel had, waardoor ik regelmatig als een muisje de trap op sloop, in de hoop dat hij me niet zou horen binnenkomen. Want als ie doorhad dat ik thuis was, kwam hij vrij snel een praatje maken.

Dat praatje duurde dan veel en veel te lang en het eindigde er meestal mee dat hij een absurd verzoek deed; of ik mijn parkeervergunning een dag of drie wilde afstaan aan een vriend van hem, of dat zijn vriendin mijn bergzolder wilde gebruiken als atelier en of ik dan mijn teringzooi even ergens anders wilde stallen.

Of die keer dat hij er vanuit ging dat ik mijn hele vrije dag wilde opofferen om voor taxiservice te spelen omdat er weer eens rook uit het dashboard van zijn gare ouwe Porsche kwam. Alleen maar vier keer heen en weer naar de Porsche-garage in Nieuwerkerk a/d IJssel! Kom op zeg, dat doe je toch wel even?

NOU JA DAT DUS.

Uiteindelijk bleek het huisje in Rotterdam-Zuid mijn eerste eigen thuis. Waar niemand me raar aankeek als ik de hele dag in bed bleef liggen of urenlang slechte programma’s keek op tv. Lekker de boel de boel, héééérlijk. Had ik trek in twee biefstukken en verder niks? Nou, dan at ik twee biefstukken en verder niks. Urenlang stond ik dekbedovertrekken te strijken. Niemand die zich er aan stoorde of het juist fijn vond dat ik dat deed, behalve ikzelf.

Soms was ik eenzaam.

Slaapkamer

Ik ging wel eens drie keer in de week naar een übersjieke sportschool in Kralingen. Ik ging dagenlang winkelen in de stad. Ik ging alleen naar de bioscoop. Ik ging zuipen met collega’s en nam een taxi terug. Ik gaf feestjes en dineetjes. Ik deed niks waar ik geen zin in had. Ja, werken. Dat dan weer wel.

En regelmatig moest ik de stoep schrobben als er aangeschoten Feyenoordfans in ons portiek hadden staan pissen. Soms recht tegen mijn voordeur, waardoor de pis naar binnen klotste.

Toen het tijd was om te verhuizen heb ik er eigenlijk geen traan om gelaten. Het was een gezellige plek maar ik voelde me niet veilig op straat. Ik had behoefte aan rust, niet aan het arrestatieteam dat het tegenovergelegen café binnenviel. Niet aan een klusjesman die me bedreigde in mijn eigen woonkamer. Niet aan voortdurend gesis en de constante hoeveelheid troep op straat. De autokrakers die maar heel even ophielden met hun inbraak als je er langsliep.

Bovendien had ik een leuke vent ontmoet en gingen we samenwonen. In een heel schattig oud huisje in een pittoresk oud plaatsje.

Maar daar later meer over!

Waar voel jij je thuis?

 

 

 

 

 

 

Advertenties

3 gedachten over “Thuis in Gorinchem en Rotterdam (terugblik)

Voeg uw reactie toe

  1. Lijkt me naar, geen thuisgevoel hebben!!
    Maar, dat moet ook groeien denk ik.
    Je hebt niet alleen je huis, maar ook je vertrouwde omgeving achter gelaten en dan duurt het nu eenmaal langer voor je je ergens echt thuis kan voelen.
    Gun het de tijd, maar blijf ondertussen maar even hier op je blog terug blikken, vindt ik wel leuk 😉

    Like

  2. Ik woon met mijn vriend en 3 kinderen in het huis waar ik zelf geboren ben en mijn hele leven eigenlijk al woon (3 jaar ergens anders gewoond voordat ik dit huis van mijn ouders kocht). Dit is echt mijn thuis. Mijn kinderen zijn alle drie op dezelfde plek geboren als ik en mijn broer. Zo gaaf vind ik dat! ❤

    Like

  3. Ik heb me altijd thuis gevoeld op kamer bij mijn oudste zus. Getrouwd en in een paar krotten gewoond. Flatje in carnissebuurt met 3 kamers en dat werd te klein met 3 kids maar was zalig knus. Nu woon ik al sinds 1983 in hetzelfde huis dat echt mijn thuis is. Liefst ga ik er tussen 6 planken uit

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Mogelijk gemaakt door WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: