Thuis, maar dan op Schiermonnikoog

Ja sorry, ik zit nog steeds in het thema ‘thuis’. Er schoot me namelijk een plek te binnen waar ik me héél erg thuis voel.

SCHIERMONNIKOOG

En de Lloydstraat in Rotterdam, waar ik honderd miljoen jaar werkte. Maar die was niet zo mooi als

SCHIERMONNIKOOG

img_4120
bovenop de bunker die de Duitsers ooit lieten bouwen maar nooit echt gebruikt hebben

Toen Biem en ik nog niet zo lang verkering hadden gingen we een romantisch weekendje naar Schiermonnikoog. Dit was in 1865 geloof ik. Ik was nog nooit op een Waddeneiland geweest, want ja, ik kom uit de Randstad. Oh nee, dat is niet waar trouwens. Ik was wel eens op Texel geweest, met een vriendin mee en haar vriend maar ik was duidelijk het vijfde wiel aan de wagen en heb de hele trip uit mijn geheugen gewist.

Anyway, wij naar Schiermonnikoog. Ik verwachtte er niet zoveel van en dat is maar goed ook, want ik stapte compleet onbevangen van de boot. Wat meteen opviel was de frisse lucht. Jongens, het was er een partijtje frís, niet normaal meer. Niet koud. Fris.

img_4540
het Noderstraun, niet echt een zandstrand, maar een plek om te sporten, te vliegeren of een fikkie te stoken

Het is een autovrij eiland, en dat merk je. Er is minder stank, minder herrie en minder gedoe. Het is geen groot eiland en alle fietspaden zijn keurig aangeharkt. Je kunt er niet verdwalen. De natuur heeft alles: Duinen, de breedste, parelwitste stranden van Europa (waar ik op mysterieuze wijze geen enkele foto van heb op mijn telefoon), uitgestrekte moerasvlaktes, weilanden met koeien, maar ook een gezellig bosje en een recreatieplas met bijbehorend restaurant en kano’s. En er zijn nogal veel fazanten.

img_4121
in mei veranderen velden in bloemenweides

Er zijn geen schreeuwerige strandtenten op of vlak aan de stranden. Waar je op het gemiddelde strand midden in de bakluchten van Friet van Piet zit is Schiermonnikoog heerlijk frituurlucht-vrij. Nergens keiharde boenkeboenkemuziek, behalve in de zomer in de Tox Bar, maar ook dat is ernstig te overzien.

img_7213
Noderstraun bij zonsondergang

Het dorp Schiermonnikoog is van een schattigheid waar je week in de knieën van wordt. Er staan allerlei lieve oude huisjes en er zijn voldoende restaurants en café’s (waar je vooral niks exotisch moet verwachten). Er is een overbevolkte SPAR en de bakker gaat tussen de middag gewoon lekker ouderwets dicht. (Het brood is overigens al om kwart over negen op)

Het is eigenlijk een soort openluchtmuseum? Maar dan echt. Ofzo. Met als hoogtepunt het totaal ouderwetse Hotel van der Werff. Veel bezoekers van het eiland lopen daar langs maar gaan er nooit naar binnen. ZONDE! WEL DOEN! Van het superbruine café (met antiek & oorspronkelijk interieur) stap je de eetzaal in, en meteen ruim een eeuw terug in de tijd.

Er komt een keurige ober in zwart pak vragen voor hoeveel personen de tafel moet zijn (je kunt er niet reserveren) en dan ga je ergens in de zaal zitten, aan een tafel met wit tafelkleed. Er hangen kroonluchters aan het plafond, gekke schilderijen met schepen aan de muur, er ligt vloerbedekking van zestig jaar oud, er is glas-in-lood, er staat een vleugel, er zijn kamerafscheidingen, zilveren kaarsenstandaards (de ober steekt de kaars voor je aan), er is een menukaart met schrikbarend hoge prijzen.

Maar die moet je laten voor wat het is en gaan voor het dagmenu. Drie gangen. Soep vooraf, iets met vlees of vis als hoofd en een toetje. Vegetarische dingen hebben ze ook, maar dat ontstijgt het niveau ‘paddenstoel uit de oven’ niet.

Dat dagmenu is spotgoedkoop (€19,95) en het smaakt alsof je oma heeft staan koken. Zo ruikt de eetzaal ook, naar je oma. Er komt een terrine op tafel. De ober schept je eerste kop soep op, daarna mag je zelf scheppen. Van die aspergesoep met 1 stukje asperge, dat werk. Dat is eigenlijk al het hoogtepunt van het diner. Vind ik.

img_4276
de enige foto die ik kon vinden op mijn telefoon van een diner van Van der Werff

Daarna krijg je patat zoveel als je wilt, gekookte krieltjes, bakjes salade met zoetige dressing uit een fles. Her en der een verdwaalde maiskorrel in de sla. De groente is totaal slap en doorgekookt, maar de sliptongetjes zijn boterig en krokant. Verder is er bijvoorbeeld een schnitzel met ouderwetse zigeunersaus en varkenshaas met groene pepersaus. (Niet stikken in een pepertje, zoals mijn vader ooit bijna deed)

Toe krijg je dan een ijsje met van die blikmandarijntjes. Of een raar puddinkje (panna cotta blijkt een rekbaar begrip), gegarneerd met… blikmandarijntjes. Er is altijd appelmoes. Met stukjes. Compote heet het dan.

Och mensen, het is elke keer weer een belevenis. Dan de rekening, die alles meevalt want je hebt amper tijd gehad om je te bezatten aan de niet-zo-bijzondere huiswijn. Alles gaat in een razend tempo en dat is perfect als je met kinderen aan tafel zit. Ik kom er nu achter dat ik er amper foto’s van heb omdat het binnen te donker is om te fotograferen.

img_4171

img_4128
de Berkenplas

Een andere culinaire belevenis is Strandpaviljoen De Marlijn. Daar moet je heen voor écht lekker eten. Op de fiets, want lopen is niet te doen: véél te ver weg. Eerst lekker wegwaaien op het Badstrand, daarna heerlijk lunchen of borrelen bij De Marlijn.

img_4249
vissoep mmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmm

Eigenlijk is alles heel erg okee daar, maar de vissoep is LEGENDARISCH. Met grote bonken vis, garnalen, mosseltjes, zeekraal en lekker brood en rouille. Bij Strandpaviljoen De Marlijn serveren ze wèl lekkere wijn, van vol en hartverwarmend rood tot knisperend fris wit.

Ik ben inmiddels een keer of tien? op vakantie geweest naar Schier. Ik mag inmiddels Schier zeggen. We zijn er saampjes naartoe geweest, met één kind, met één kind en hoogzwanger van de tweede, met twee kinderen, met mijn schoonouders, met mijn eigen ouders, met mijn vriendinnen… elk jaar wel een keer. En heel soms twee keer. We gaan eigenlijk nooit in de zomer. Ik hou namelijk niet zo van strandvakanties. Van bakken in de zon in het zand. Ik vind het pas leuk op het strand als het hard waait en er niemand in zijn zwembroek rondhobbelt. 

img_7215
tortelduifjes

Ik ben er naartoe geweest toen ik op m’n gelukkigst was, en toen ik op m’n ongelukkigst was. Op een verlaten Noderstraun (Noorderstrand) kun je uitstékend heel hard huilen in de wind om je mislukte zwangerschap. En ook weten dat het goed zal komen.

Veel mensen dichten mystieke eigenschappen toe aan het eiland. Ik ga er voornamelijk heen omdat het zo prachtig en overzichtelijk is. Ik word er rustig. Dingen zijn ineens heel helder. Ik zag ooit op tv een man met ALS die op Schiermonnikoog was gekomen om te sterven. Hij en zijn gezin hadden een huisje gehuurd op het eiland en hij bracht er zijn laatste weken door. Dat zou ik ook zo doen als mij dat zou overkomen. Mooier kan het niet.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties

Thuis? (vervolg)

Ongeveer de helft van m’n leven voelde ik me thuis bij m’n ouders. Dat gevoel duurde dus nog best erg lang, eigenlijk. Ik denk dat ik het pas een paar jaar geleden kwijtgeraakt. Dat is niet erg, dat hoort zo.

Als ik nu bij m’n ouders langs ga, ben ik er toch een beetje op bezoek. Hun huis ruikt anders dan het mijne en er loopt een hond rond die ik niet goed ken. Alle meubels zijn anders en de keuken is nieuw, waardoor ik er nog geen lepeltje kan vinden. Ik snap niet hoe hun afstandsbediening werkt.

De straat is ook niet meer ‘van mij’. Bijna alle oude buren zijn verhuisd en de bomen zijn enorm groot geworden. Kinderen op straat herken ik niet. Mijn oude schooltje is gerenoveerd en veel mooier geworden. Ik hoor de A15 veel beter dan eerst. Het vroegere trapveldje is nu een natuurspeeltuin.

Het huis dat ooit bewoond werd door Ome Bob en Tante Reinie wordt al een paar jaar verhuurd aan Roemeense arbeidsmigranten in wisselende samenstellingen. Uit de tuin klinkt sindsdien in de weekends non-stop Balkanrock en dronken geschreeuw. Ik vind dat niet leuk voor mijn ouders.

Dus ook al wonen je ouders al 45 jaar in hetzelfde huis, niets blijft hetzelfde.

Ikzelf ga de ’45 jaar in hetzelfde huis’ niet meer halen, vermoed ik.

 

 

 

 

 

 

 

Thuis in Gorinchem en Rotterdam (terugblik)

Omdat ik de afgelopen jaren meerdere keren ben verhuisd ben ik het een beetje kwijt: Het Thuisgevoel. Ik weet niet meer zo goed wat dat is. Althans, ik wéét het natuurlijk wel- thuis is dat huis waar al mijn spullen staan, m’n gezin woont en waarvoor ik de hypotheek betaal. Dat is thuis. Maar vóel ik het ook zo?

Toen ik 44 jaar geleden werd geboren in het Beatrixziekenhuis in Gorinchem, hadden mijn ouders net hun fonkelnieuwe huurwoning betrokken. Een pas opgeleverde wijk die nog geen verharde straten had, amper bomen en nog geen schuttingen of aangelegde tuinen.

Na een kraamperiode van een week in het ziekenhuis (ik mankeerde niks, dat was toen gewoon zo) woonde ik in dat fonkelnieuwe huis. Met mijn piepjonge ouders (26 en 27 jaar oud) en een piepjonge Ierse setter genaamd Ruby. Na drie jaar kreeg ik een zusje- Sharon.

Ik heb een volle 18 jaar in dat hoekhuis gewoond. Daarna ging ik drie jaar lang op kamers, verknoeide wat studies en kwam weer fulltime thuis wonen. Ik haalde mijn journalistiekdiploma, ging in Hilversum wonen, daarna woonde ik soort-van-samen met iemand, dat ging uit en toen woonde ik wéér thuis. Thuis, dat was de Dr. Bauerstraat. Mijn zolderkamer was mijn domein.

Pas op mijn dertigste betrok ik een eigen etage in Rotterdam-Zuid. Toen moest ik gaan uitvogelen hoe ik me daar thuis kon gaan voelen. Dat viel nog niet mee, want ik kwam terecht in een krachtwijk/Vogelaarwijk/kansenwijk/achterstandsbuurt in een grote stad.

Het was leuk dat er zoveel verschillende eettentjes en exotische supermarkten waren. Het was klote dat je ´s avonds als vrouw alleen eigenlijk niet normaal over straat kon.

Maar binnen was het goed. Mijn etage had hoge plafonds en ornamenten en grote ramen en er was altijd iets te zien op straat.

Kamer bewerkt

Ik moest douchen in de gangkast en ik had een merkwaardige bovenbuurman die een verkeerd afgesteld sociaal gevoel had, waardoor ik regelmatig als een muisje de trap op sloop, in de hoop dat hij me niet zou horen binnenkomen. Want als ie doorhad dat ik thuis was, kwam hij vrij snel een praatje maken.

Dat praatje duurde dan veel en veel te lang en het eindigde er meestal mee dat hij een absurd verzoek deed; of ik mijn parkeervergunning een dag of drie wilde afstaan aan een vriend van hem, of dat zijn vriendin mijn bergzolder wilde gebruiken als atelier en of ik dan mijn teringzooi even ergens anders wilde stallen.

Of die keer dat hij er vanuit ging dat ik mijn hele vrije dag wilde opofferen om voor taxiservice te spelen omdat er weer eens rook uit het dashboard van zijn gare ouwe Porsche kwam. Alleen maar vier keer heen en weer naar de Porsche-garage in Nieuwerkerk a/d IJssel! Kom op zeg, dat doe je toch wel even?

NOU JA DAT DUS.

Uiteindelijk bleek het huisje in Rotterdam-Zuid mijn eerste eigen thuis. Waar niemand me raar aankeek als ik de hele dag in bed bleef liggen of urenlang slechte programma’s keek op tv. Lekker de boel de boel, héééérlijk. Had ik trek in twee biefstukken en verder niks? Nou, dan at ik twee biefstukken en verder niks. Urenlang stond ik dekbedovertrekken te strijken. Niemand die zich er aan stoorde of het juist fijn vond dat ik dat deed, behalve ikzelf.

Soms was ik eenzaam.

Slaapkamer

Ik ging wel eens drie keer in de week naar een übersjieke sportschool in Kralingen. Ik ging dagenlang winkelen in de stad. Ik ging alleen naar de bioscoop. Ik ging zuipen met collega’s en nam een taxi terug. Ik gaf feestjes en dineetjes. Ik deed niks waar ik geen zin in had. Ja, werken. Dat dan weer wel.

En regelmatig moest ik de stoep schrobben als er aangeschoten Feyenoordfans in ons portiek hadden staan pissen. Soms recht tegen mijn voordeur, waardoor de pis naar binnen klotste.

Toen het tijd was om te verhuizen heb ik er eigenlijk geen traan om gelaten. Het was een gezellige plek maar ik voelde me niet veilig op straat. Ik had behoefte aan rust, niet aan het arrestatieteam dat het tegenovergelegen café binnenviel. Niet aan een klusjesman die me bedreigde in mijn eigen woonkamer. Niet aan voortdurend gesis en de constante hoeveelheid troep op straat. De autokrakers die maar heel even ophielden met hun inbraak als je er langsliep.

Bovendien had ik een leuke vent ontmoet en gingen we samenwonen. In een heel schattig oud huisje in een pittoresk oud plaatsje.

Maar daar later meer over!

Waar voel jij je thuis?

 

 

 

 

 

 

Een heel nieuw leven

We wonen opeens in Zwolle. Nou ja, okee, niet helemaal zomaar vanuit het niets natuurlijk, want we hebben gewoon een huis gekocht en alles. Maar 3,5 maand geleden hebben we de Randstad verruild voor een ander leven in het oosten van het land.

En ik had daar dusdanig veel stress van dat ik geen zin of tijd had om er een blog over te schrijven. Nu wel. The dust has settled, zeg maar.

Half mei gingen we over, in een bizarre week.

Op maandag had ik mijn laatste werkdag bij RTV Rijnmond. Na 14 jaar vond ik het welletjes en stopte ik daar. Ik kreeg een speech en heel veel kadootjes en een huilbui van jewelste.

Op dinsdag kwamen de verhuizers alles inpakken en inladen en sliepen wij bij m’n schoonouders.

Op woensdag gingen we ’s ochtends naar de notaris en toen we de sleutel hadden kwam de verhuiswagen er aan. De rest van de dag hebben we alles uitgeladen en ingericht, zo goed en zo kwaad als dat ging.

Op donderdag gingen we weer naar de notaris, dit keer een andere, om de sleutels over te dragen aan de nieuwe eigenaren van ons ‘oude’ huis.

Op vrijdag was ik dood.

Ik was natuurlijk niet echt overleden, maar heel erg lekker in m’n vel zat ik ook niet, hahaha. Ik heb eigenlijk geen idee meer wat we nou precies gedaan hebben die dag. Ik vermoed dat ik veel tijd heb besteed aan het zoeken naar van alles en nog wat. In welke doos zaten ook al weer de glazen?

Ik had mezelf twee weken vrij gegund. Begin juni stapte ik binnen bij mijn nieuwe werkgevers: RTV Drenthe en RTV Oost. Bij Sky Radio werkte ik gelukkig al eerder, dat was een baken van herkenbaarheid in de grote chaos die ik ondervond. Want ALLES was nieuw. Nieuw huis, nieuwe buren, nieuwe stad, nieuw werk, nieuwe systemen, nieuwe school voor die kleine, nieuwe kinderopvang voor die kleinere kleine. Op een gegeven moment voelde alleen mijn auto nog vertrouwd. Kun je nagaan, hahaha!

Al dat nieuwe gedoe was soms nogal verwarrend (de telefoon opnemen bij Radio Drenthe met “Radio Oost, met Chantal”) maar op de één of andere manier ook wel lekker. Ik was -op z’n Rotterdams gezegd- totaal uit m’n leven gepleurd. En het is HEERLIJK.

De hele zomervakantie werkte ik door, het waren hoogtijdagen voor mij als freelance-presentator. Ondertussen gingen we -onder het mom van inburgeren- vaak uit eten in de binnenstad van Zwolle, als de meiden uit logeren waren.

En het voelde helemaal niet alsof ik een vakantie miste. Vakantie is voor loonslaven, voor mensen die dag in, dag uit hetzelfde doen en balen van hun rooster of van hun baas of hun collega’s. Maar kijk naar mij! Ik werk de ene dag hier, en de andere dag daar.

Ik kom elke dag nieuwe mensen tegen en hoef niet naar ellenlange vergaderingen om plannen te maken waar toch nooit iets van terecht komt. Ik doe m’n ding en ga naar huis. En iedereen is blij- vooral ik! Veel meer vrije tijd, de kans om mijn week naar eigen inzicht in te delen. Ik heb een accountant die Dennis heet en vier ‘vaste’ opdrachtgevers. Sleur? Dat ken ik niet meer.

Verder helpt het heel erg dat de rest van het gezin het hier in Zwolle ook fijn vindt. Merel is net 7 geworden en heeft allemaal leuke vriendinnen in de straat. Miaatje heeft een buurmeisje van dezelfde leeftijd waar ze graag mee speelt. We hebben een trampoline in de tuin waar ze elke dag op springen. Biem komt allemaal oude vrienden en kennissen tegen en voelt zich helemaal thuis.

In het nieuwe huis is een enorme speelzolder waar de kinderen lekker hun gang kunnen gaan. De straat is veel groener dan we gewend waren. Er zitten veel meer vogels in de tuin. Mussen en koolmezen, die we vetmesten met speciale vogelpindakaas. Ik heb een moestuin geregeld op een spectaculair mooie plek. Ik heb een sleutel van het huis van de buren. De Zwollenaren zijn heel vriendelijk. De sfeer is gemoedelijk. Ik sta nooit meer in de file.

Blij mee. Met alles.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Woontrend: Hollywood Regency

Elegante kitsch. Overdadige luxe, maar geen zigeunerinnen-boudoir. Warm goud, mooi paars, donkerblauw. Italiaans glas. Een manshoge gouden palmboom. Spiegeltafels. Messing dierenbeelden. Kringloopexpert Danny Post uit Schiedam ziet dat de woontrend ‘Hollywood Regency’ steeds populairder wordt. Daarom gaan we in het centrum van Rotterdam op zoek naar plekken waar je binnen deze interieurstroming mooie spullen kunt scoren.

Allereerst gaan we naar de markt op de Binnenrotte. Er zijn daar ook kramen met tweedehands spullen te vinden en Danny is er vaste klant. Dolverliefd pakt hij een groot wit beeld van een steigerend paard op. Uw verslaggeefster vindt het beeld beter passen in de woonwagen van een volkszanger, maar Danny weet zeker dat juist zo’n wit paard precies het gevoel van Hollywood Regency weergeeft. Hij heeft in gedachten de  woonkamer van een enigzins verlopen alcoholistische Italiaanse actrice in de jaren 60/70, omringd met lekker kitscherige glamour.

Danny Post: “Er spreekt ook een soort plezier uit, en ik denk dat daarom deze trend nu ook zo hot is. Mensen zijn dat stijltje van VT-Wonen een beetje zat. Dat nuchtere, stoere, sobere woongevoel met veel olijfgroen en betongrijs. Het is zo serieus en saai. We willen tegenwoordig wat meer experimenteren. We willen lekkere knalkleuren op de muren, een kanariegele bank neerzetten. Lekker een beetje lol hebben met je interieur en niet zo verantwoord blijven doen. Nederlanders vinden iets al snel ‘too much’ maar je kunt het ook doseren. Gewoon durven!”

In onze jacht op Hollywood Regency komen we uit bij Old North Interiors, een winkel een stukje verderop. Daar verkoopt een enthousiaste jonge ondernemer vintage designmeubels. Van een heel andere orde dan de spullen op de rommelmarkt, maar alles wel in goede staat. Omdat het hier om designklassiekers gaat (Rietveld, Gispen, Eames, Pastoe) scoor je hier niet echt koopjes, maar wel bijzondere items. Danny wordt blij van een halfronde spiegel en twee hanglampen in goud met glas die vroeger in het Hilton hotel hingen. ”Helemaal Hollywood Regency!” 

Danny: “Grappig is dat de spullen die binnen deze stijl passen een paar jaar geleden massaal afgedankt werden. Messing beeldjes van vogels of giraffen werden gezien als truttig, nu zijn ze -bijna letterlijk- goudgeld waard. Kijk nog eens bij opa en oma op zolder! Staat er wat? Zet het in je eigen woonkamer neer of verkoop het”.

Omdat uw verslaggeefster nog steeds niet helemaal weet wat ze met Hollywood Regency aan moet, wordt ze meegesleept naar de winkel Homestock. Een winkel waar ze allerlei dingen verkopen met een typische vintage-look, “maar dan zonder de tweedehands,” lacht Danny. Daar blijken apen gek genoeg dé trend te zijn. Beeldjes van aapjes, lampen die worden vastgehouden door koperkleurige apen, behang dat wordt bevolkt door bavianen… Je kunt net zo goed in de diergaarde gaan wonen, als je er maar wel alle wanden petrolkleurig verft en er een roze fluwelen bank neerzet.

Om weer even bij te komen van alle kleurige apenbling (is dat een woord? Nu wel) lopen we een laatste rondje over de markt op de Binnenrotte. Danny kon het witte paardenbeeld niet uit zijn gedachten krijgen en gaat nog even kijken bij de kraam. Hij komt van een koude kermis thuis want het paard is weg, verkocht. “Tja,” verzucht hij, ”Dat is het risico van het vak. Als je niet meteen toeslaat kun je te laat zijn. Iedere kringloop- en vintagefan kan zich nog wel een item herinneren dat hij eigenlijk had moeten kopen. Daar kun je jaren later nog spijt van hebben.”

 

Regenachtige gedachten & woonbladen

Het is weekend en het regent al twee dagen. Ik vind daar iets van. IK VERVEEL ME EEN ONGELUK!

We zitten maar te hangen met z’n allen en dat is best wel gezellig maar op een gegeven moment krijg ik vreselijk de kriebels. Ik moet iets dóen! Iets leuks!

Ja, stomme klusjes, die zijn er zat. De boel opruimen, de badkamer schoonmaken, de bergen vuile was wegwerken. Maar dat wil ik allemaal niet natuurlijk.

Kijk, ik dóe het (want ik ben een goede huisvrouw *kuch*), maar het gaat allemaal niet van harte. Ik werk vijf dagen in de week en als ik thuis ben wil ik me kunnen ontspannen; Gezellige dingen ondernemen met m’n gezin. En niet me in m’n eentje opsluiten in de waskamer, alwaar ik me wanhopig afvraag waarom alles ALLES ALLES in de piskreukels op het wasrek hangt.

Want strijken, dat doe ik in principe niet. Ik heb niet eens een strijkplank. Met de vorige wasmachine kwam ik daar nog goed mee weg, maar dit huidige apparaat weet de kleding dusdanig flink in elkaar te prakken dat we er tegenwoordig bij lopen alsof we onze outfits recht uit de recycle-container hebben gegraaid. (het is overigens wel een supergoed idee om kleding aan te bieden voor hergebruik, daar ben ik helemaal vóór)

Terug naar de verveling. Ze zeggen dat je van verveling ruimte krijgt in je hoofd voor nieuwe ideeën. Ik krijg vooral nieuwe maar zeer onhaalbare ideeën waar ik op het moment zelf niks mee kan.

Zo zit ik in een soort non-stop fantasiemodus, wat ons nieuwe huis betreft. En dan gaat het voornamelijk over de inrichting en de aankleding.

We hebben een zeer krap budgetje. Maar hee! Laat ik mij mentaal gezien niet door tegenhouden. Dan droom ik weg bij prachtige woonkamers op Instagram, heb ik weer peperduur behang gezien dat ik wil, of een tafel die mooi is maar ruim €1000 kost. Aaargh! (Allon Dery, bel me! Ik wil wel een dealtje met je maken haha)

En het ergste is: Ik mag nog lang niet aan de slag! Aaaaargh!

En waarom heb ik zo’n dure smaak? Aaaargh!

Ik dacht wat te kalmeren als ik wat woonbladen zou kopen. Kom ik dus thuis met de VT Wonen en de Ariadne at Home. Leuk joh, mag je allemaal succesverhalen lezen van mensen in kasten van huizen.

Marianne (50): ‘We woonden eerst in een landhuis op het platteland maar toen onze oudste op kamers ging zijn we verhuisd naar een wat kleiner appartement, in het 1e arrondissement van Parijs. We vonden daar een charmant flatje van 250 vierkante meter, zonder stromend water, met een kolonie zeldzame vleermuizen er in. We vielen als een blok voor het antieke visgraatparket en de hoge ramen. De vleermuizen heb ik laten opzetten, zij vormen nu een spectaculaire blikvanger in de badkamer. De keuken hebben we er uit gesloopt, dat was nog een oud Ikeaatje. Nu hebben we deze keuken, gemaakt van gejutte paneeldeuren en afgedankt ijzer. Helemaal de uitstraling van een abattoir! We zijn er dolblij mee. We zitten hier graag met een croissant te zwaaien naar de buurman, Emmanuel Macron‘.

Ugh. Rot op met je perfect gestylede Franse appartement. Of je rustiek gelegen cottage. Of je omgebouwde loft met industriële accenten. Of je eeuwenoude familiehuis in Zweden. In zo’n huis staat ALLES leuk, daar is geen kunst aan.

En dan die mensen die hun hele pand volstouwen met designklassiekers en her en der een oud vermolmd gymtoestel.

Want what’s up with that? Waarom heb je als volwassen man een rekstok in je kamer? Is dit een seksding waar ik niks van snap?

En er zijn ook mensen die hun huis opleuken met zo’n ouwe bok uit de gymzaal. En dan bedoel ik niet meneer Willemse, je gymleraar uit de tweede. Nee, zo’n leren geval op pootjes waar je overheen moest springen. Liters puberzweet hebben het bruine leer aangetast maar HIP DAT HET STAAT JOH.

Onbegrijpelijk.

Stomtoevallig zit ik net een film te kijken waarin een bok voorkomt!

Verder hadden we hier nog de woordverkrachting van de week te pakken met ‘hoofdkitchen’

Was gewoon ‘keuken’ niet interessant genoeg jongens? Waarom niet gekozen voor headkitchen? Of headkeuken of main food preparing area? Pfffff….

Al met al erger ik me dus meer aan die bladen dan dat ik er prachtige ideeën van krijg.

En ik verveel me nog steeds.

Ik heb nu een set borduurspullen besteld. Voor het volgende verveel-weekend.

Een nieuw tweedehands bed: Auping Auronde

Het voelt raar om een huis te verlaten waar je echt jaren aan hebt lopen knutselen qua interieur. Toch gaan we het doen. In het nieuwe huis moet ik van voren af aan beginnen. En ik ga dat een stuk duurzamer aanpakken dan eerst.

We hebben na 11 jaar alvast een ‘nieuw’ bed gekocht. Een tweedehandsje! Ja heus.

Het oude Ikea-geval was kapot, de dwarsbalk was doormidden gescheurd. (Vraag mij niet hoe we dát voor elkaar hebben gekregen 😂) We hebben maandenlang de boel gestut met een paar boeken.

Ik had er nog vrij veel nostalgische gevoelens bij, dat lage bedje met de scherpe hoeken. Ik heb er 100 miljoen keer m’n schenen tegen gestoten bij het verversen van de lakens. Okee, dat is niet waar de nostalgische gevoelens vandaan komen.

We hebben er toch 11 jaar lang lief en leed in gedeeld. En onze jongste is in dit bed geboren. Daar lag ik te persen voor m’n leven; mei 2016, met om mij heen de verloskundige, de stagiaire van de verloskundige, de kraamhulp én m’n partner. Al met al een behoorlijk groot gezelschap. Misschien was dat het begin van het einde qua dwarsbalk, haha!

(Dit is geen filmpje van de bevalling, no worries)

Aaaaaagossie kijk nou😍. Een versgeperste baby.

Okee, dat bed moest dus weg. Uit elkaar gehaald en naar de milieustraat vervoerd. Later die dag werd ons nieuwe bed bezorgd: Een opgeknapte tweedehands Auping Auronde. Nederlands product, uit Deventer, onverwoestbaar (hoop ik).

Volgens de fabrikant kunnen Aurondes wel 70 jaar mee, maar gooien de meeste mensen ze weg na een jaar of 20. En dat is zonde! Je kunt ze laten spuiten in een kleur die jij leuk vindt (elke RAL-kleur) en dan is het bed weer zo goed als nieuw. Wij kozen voor de kleur Taupe. (Voor de mannelijke lezers: Legergroen)

Nieuwe matrassen d’r op, hatsee. En als je aan het touwtje trekt komt het hoofdeind omhoog. IK HOU DAAR VAN. Het is zo gezellig in ons nieuwe bed! En het slaapt heerlijk. Ik heb m’n schenen er ook nog niet aan gestoten.

En -ook niet onbelangrijk- de helft goedkoper dan een nieuwe Auping. Als je ziet wat bedden kosten tegenwoordig!! Je zou er slapeloze nachten van krijgen. Dan maar een bed recyclen.

We slapen er nu een week in. De eerste nacht deed ik geen oog dicht. Ik miste m’n kuil en het vertrouwde gekraak. Maar een week later vind ik het allemaal heerlijk. En ik heb ook geen pijn meer in m’n rug. Weet je wat, ik ga weer even liggen voor een een dutje.

Welterusten.

Nieuw huis, nieuw leven

Het is alweer een tijdje geleden dat ik iets heb geschreven. En dat kwam niet doordat er niets is gebeurd, maar juist doordat er heel veel is gebeurd. Rustig maar, niks dramatisch.

Maar er waren allerlei dingen aan de gang waar ik maar beter niks over kon zeggen, omdat er nog zo weinig zeker was. Als een soort logisch gevolg deelde ik maar helemaal niks meer, want voor je het weet verklap je vanalles en dan is het einde zoek.

Ik stop bij RTV Rijnmond en verhuis met mijn gezin naar Zwolle. Zo. BAM. Dat is er uit.

Een echt duidelijke reden hiervoor is niet te geven. Het is meer het resultaat van allerlei kleine dingetjes. We hebben op een gegeven moment besloten om ons boeltje te pakken en te verhuizen naar Overijssel.

We wonen nog geen drie jaar in ons huidige huis dus dat is een beetje onhandig, maar met de huidige huizenmarkt durfden we de overstap wel aan. Er is niks mis met het huidige huis.

Het is een prima plek om kinderen groot te brengen: Ruim, licht, van alle gemakken voorzien. Iedereen een grote slaapkamer, en zelfs een speciale knutselkamer, parkeren voor de deur, vriendjes voor de kinderen in de buurt.

Toch hebben we nog niet de energie gehad (of gemaakt) om er echt ónze plek van te maken. De vloeren boven wilde ik graag vernieuwen, ik wilde graag gladde muren overal en niet van dat verschrikkelijke spachtelputz, ik wilde graag een nieuwe keuken, ik wilde een andere badkamer en stiekem toch ook wel een grotere tuin.

Intussen bleef het gewone leven maar doordenderen in alle sleur. Mijn radioprogramma deed ik al 9 jaar lang, elke dag tussen 10 en 13 uur. Om kwart over 10 het spelletje, om half één het praatje met de weerman…Alle dagen leken op elkaar en dan niet op een positieve manier.

Elke dag in de file, elke keer haasten naar het kinderdagverblijf…. Ik zag mijn kinderen en mijn man eigenlijk nooit. Alleen op zaterdag zijn wij met z’n vieren tegelijk thuis. En dan moet er vanalles gebeuren: boodschappen, schoonmaken, wassen draaien, sociaal doen.

Dan gaan verplichtingen zoals andermans kinderverjaardagen heel laag op het prioriteitenlijstje staan, net als familiebezoek, vrijwilligerswerk, de krant lezen, etcetera.

Rond die tijd hadden we thuis een paar keer een Goed Gesprek: Wat Willen We Nou Eigenlijk Met Ons Leven? We kwamen tot de conclusie dat we zeker niet héél erg ongelukkig waren maar dat we wel toe waren aan verandering.

Een goedkoop huisje op het Groningse platteland met een enorme tuin. Dat was de oplossing voor alle stress en alle sleur. Iedereen zou zijn baan opzeggen en iets anders vinden en veel geld verdienen met weinig uren en dan zou ALLES PERFECT worden.

(…)

Okee, zo ging het dus niet want B. kreeg op zijn werk een supermooie kans en wilde ineens niet meer honderden kilometers verderop zitten (heel gek is dat).

Ik kon stoppen met mijn dagelijkse radioprogramma en ging filmpjes maken. Dat was al een behoorlijke anti-sleur-maatregel.

Voor even was de veranderdrang verdwenen. En toch ook weer niet, want als je eenmaal verzonnen hebt dat je best weg kúnt, wíl je dat ineens ook.

Ik zag op Facebook dat er iemand op zoek was naar een leuke woning. Ik dacht: Ik heb een leuke woning. Ik maakte wat foto’s en stuurde een privébericht. We maakten een afspraak voor een bezichtiging en toen nog één. We kregen een bod, steggelden wat over de prijs en hopsakee! Huis verkocht.

Maar toen:

Paniek!!

WAAR moesten we in godsnaam gaan wonen? Als ware Funda-verslaafden zitten kijken naar alles wat er in de wijde omtrek te koop was. Maar ja. Lastig lastig. Veel geld voor fluthuizen.

Groningen toch maar? Nee, ging niet. Drenthe? Wel erg ver rijden naar Hilversum (vond ik geen probleem maar ik ben ook niet degene die daar vier dagen in de week heen moet rijden). Rotterdam? Onbetaalbaar geworden. De Veluwe? Kennen we niemand. Zeeland? Te kaal. Te Zeeuws. Brabant, Limburg en Noord-Holland waren überhaupt geen opties. Niks specifieks op tegen maar wij komen daar nooit en hebben er niets mee.

Op een avond opperde B. de stad Zwolle. M’n hart maakte een klein sprongetje. Een stad! Met dingen! Voorzieningen! En bekende mensen! B. heeft er gestudeerd en zijn vriendenclub van toen woont er nog steeds.

Lang verhaal nog langer: We hebben er een huis gekocht. Half mei gaan we over. En dan stop ik dus ook na 14 jaar bij Rijnmond. Ik ga freelance werken voor allerlei opdrachtgevers, daarover later meer.

We hebben er zin in! Ik vind het bij vlagen ook doodeng hoor, begrijp me goed. Maar ik vind het knap van ons dat we dit gaan doen. Weg met de sleur! Op naar nieuwe sleur! Hahaha!

Op Sherryreis via een culinair reisbureau

Ik ken mijn beste vriendinnen al meer dan 40 jaar. En een tijd geleden besloten wij te gaan sparen voor uitjes. Weekendjes weg zonder mannen en kinderen, dat werk. WANT DAAR HEBBEN WIJ HEEL ERG VEEL BEHOEFTE AAN 😬

Zeven jaar geleden gingen we een weekend naar Schiermonnikoog (totaal weggeregend).

Drie jaar terug waren we toe aan ons tweede uitje: 5 dagen New York City. Dat was een groot succes en moeilijk te overtreffen.

Toen we een nieuwe bestemming wilden uitzoeken liepen we tegen diverse problemen aan. Het ingewikkeldste was verzinnen waar we heen wilden en wat te doen. We zijn alledrie totaal verschillend.

Mijn twee vriendinnen zijn heel erg sportief (geworden) en ik ben het tegenovergestelde. Kajakken in de Alpen? Ik ga liever gewoon dood. Vet feesten op Ibiza? Neen dankuwel. Een citytrip? Veel te vermoeiend. Een paar dagen op het platteland? Te saai.

En dan wil die niet naar IJsland, die niet naar Madrid, die niet naar Dublin, die niet naar Kopenhagen, die niet naar Budapest, enz enz

Kortom; moeilijk moeilijk. We bleven het prikken van een datum maar verschuiven waardoor ons spaarsaldo bizarre vormen begon aan te nemen.

Op een gegeven moment kreeg ik een soort lumineus idee. Want wát vinden we alledrie wèl leuk? Het antwoord: lekker eten. En zo kwam ik bij een culinair reisbureau uit.

Daar vroeg ik om een gepersonaliseerde reis en offerte. Drie wijven, begin 40, willen weg maar niet te ver en veel lekker eten graag. Ik kreeg diverse suggesties.

Wijn drinken in Lissabon, koken in Barcelona en sherry proeven in Jerez.

Uiteindelijk kozen we voor de Sherry-reis naar Spanje. Waarom?

Vinden wij sherry lekker?

Eh. Geen idee eigenlijk.

Houden wij zo van Spanje?

Ik was er nog nooit geweest.

Maar het was prachtig. Eerste stop: Sevilla.

Kijk nou hoe mooi! Ik heb me nog nooit ergens zo snel thuis gevoeld. De mensen waren er superaardig, het tempo ligt er aangenaam laag en ik voelde me er meteen helemaal bueno.

We waren er begin oktober en toen was het er nog ruim 30 graden. We kregen een rondleiding van gids Jaime. Fonetisch: [gaimèh]

Jaime wist ons honderdmiljoen miljard dingen te vertellen over de opbouw van de stad, over het verschil tussen Romeinen en de rest van de wereld, over citrusbomen, over zoenen met Spanjaarden (je zoent kennelijk iedereen. De hele dag), over Columbus, over flamenco, over Moren, over Barbaren, over Spaanse families en hoe hecht ze zijn… ik heb genoten.

Jaime doet dit werk al 20 jaar, zeven dagen per week, 2 keer per dag. Moet je je dát eens voorstellen zeg. En dan was ie ook nog eens pas geopereerd aan z’n voet! #zielig

Hij zei zelf dattie oud genoeg was om onze vader te kunnen zijn, maar navraag leerde dat hij 49 was en waarschijnlijk niet op zijn 6e al voor nageslacht had kunnen zorgen. Maar, goed gewerkt Jaime! We waren er bijna ingetrapt. Bíjna.

De diners (en 1 lunch) waren door het reisbureau al volledig gepland, en dan kregen we er ook wijn en sherry bij, zoveel als we op konden.

Dat bleek in de praktijk nogal mee te vallen; Sherry (alle diverse soorten) heeft een flink alcoholpercentage en sla je niet zo makkelijk achterover als een willekeurig wijntje.

Het hotel in Sevilla was heerlijk, met een ondiep zwembadje op het dak en een bar met cocktails. Ook helemaal niet verkeerd.

Op dag twee in Sevilla brachten wij een bezoek aan het adembenemend mooie Alhambra. Een paleis om je vingers bij af te likken. Zie dit plafonnetje dan.

Na twee nachten Sevilla stapten we in de huurauto en reden we naar Jerez voor een overnachting in een hotel dat verder niet echt de moeite waard was.

In Jerez hebben we flink gewandeld, op terrasjes gezeten en een rondleiding gehad door een gerenommeerd sherry-huis: Bodegas José Estevéz.

Daar kwamen we erachter dat we sherry eigenlijk niet zo heel erg lekker vinden. Vooral de ‘jongere’ sherry’s zijn ehm… niet voor beginners.

Het zij zo. Nog wat vreetfoto’s? Ja? Ja?

Hier had Wies een gele jurk aan, met een geel drankje, geel eten bij een geel restaurant.

En dit was de eerste keer dat ik inktvis lekker vond.

En wat ze hier met een stuk tonijn hadden gedaan was onbehoorlijk lekker. We aten dit in Sanlucar de Barrameda, in een restaurant waar we zonder culinair reisbureau nooit terecht waren gekomen en waar de ober van die lieve donkere droomoogjes had en een rommelig baardje en een heel schattig accent…. sorry ik dwaal een beetje af.

Dan maar even over de sherry. Ik had in m’n leven pas een glas of twee op voordat ik aan deze reis begon.

Nu -na twee uitgebreide rondleidingen bij diverse bodegas- kan ik gastcolleges geven over de soorten sherry en hoe ze gemaakt worden.

Allereerst heb je druiven nodig die groeien rondom de stad Jerez of Sanlucar de Barrameda.

Daar maak je dan eerst een wrang droog wit wijntje van. Dat gaat in vaten, waar je het lekker laat gisten. Na een tijdje giet je driekwart van het vat in het volgende vat. Dat laat je ook weer gisten en doen en dan giet je het weer in een volgend vat.

Dat doe je vier keer. En in elk stadium kun je de sherry al drinken. Van licht, droog en wrang (Fino) naar donker, stroperig en mierzoet (Pedro Ximenez- lekker voor bij het dessert)

Je kunt de boel ook nog mengen en dan krijg je Cream Sherry. Bijvoorbeeld: Het ultiem zoete Pedro Ximenez met een jongere versie.

Dan is er ook nog een soort mislukte sherry die zeer exclusief is en die heet La Manzanilla. Daar is de gisting fout gegaan waardoor ie een heel eigen smaak krijgt.

Spanjaarden gooien alle sherry in de koelkast. Je drinkt het dus- alle soorten!- gekoeld. De mierzoete (die wij stiekem het lekkerst vinden) drinken ze alleen met kerst.

Wat een lekker reisje was dit. Ik hou nu nog meer van mijn vriendinnen dan ik al deed. Wat was het leuk. Zo gezellig en ongedwongen.

Nu krijg ik wel erg veel last van heimwee dus ik stop met dit verhaal. En neem nog een Pedro Ximenezje, met een stukje manchego en een klein beetje Spaanse ham. Adios! Hasta luego.

Mogelijk gemaakt door WordPress.com.

Omhoog ↑