Een boom planten. Daar word je vrolijk van!

Al bijna een week lang word ik elke ochtend wakker met het gevoel dat er iets leuks aan de hand is. Dan probeer ik even kort te verzinnen wat mij dat gevoel geeft en dan schiet het me weer te binnen: Ik heb een boom!

Jeej!

Wij hebben een paar dagen geleden een boom geplant in de achtertuin. We hadden het er al ruim een jaar over. Sterker nog; Twee jaar geleden kreeg ik voor m’n verjaardag al een boom, een belofte van een boom. We moesten hem alleen nog uitkiezen en in de tuin zetten. Ik ben in het voorjaar jarig en het boomplantseizoen schijnt te beginnen in oktober, dus ik had alle tijd.

Ik wilde een boom in onze voortuin, aangezien er in de straat bijna geen bomen te vinden waren. Ook bijna alle achtertuinen waren dorre tegeltoendra’s, en in onze minituin hadden we geen plek voor mijn boom-ambities. Of nou ja, misschien was er wel plek, maar dan konden we er zelf niet meer bij.

Toen begonnen de plannen te gisten voor een verhuizing en kwam er niks meer van een boom planten. Want een boom planten doe je alleen als je er zelf nog jaren van wil genieten, merkte ik.

In ons nieuwe huis staat in de voortuin al een boom. Een heel aparte: Een gingko biloba. Die stond al hoog op mijn verlanglijstje, vanwege zijn aparte bladvorm en prehistorisch voorkomen. Ik vind het een leuk idee dat de gingko’s er al waren toen er dino’s op de aarde rondstampten.

In de voortuin stond ook een buxushaag, die afgelopen zomer binnen een week was opgevreten door de beruchte buxusrups. (ik heb nog wekenlang buxusmotten binnen gehad- aaargh)

Anyway, de buxus hebben we er uit getrokken (GOOR WERK OMDAT ALLE STOFFIGE RUPSENPOEP IN MIJN GEZICHT STOOF) en af laten voeren door de gemeente Zwolle. Sindsdien waren we hegloos, waardoor de voortuin er armoedig uitzag. Als een gebit waar de voortanden uit ontbreken.

Dus moest er een nieuwe heg. Ik heb als een ware tuindictator mijn zin doorgedreven en een (groenblijvende) ligusterheg uitgekozen. Ik had ergens gelezen dat de mussen ligusterheggen zo fijn vinden en ik heb alles over voor de mussen.

En afgelopen week gingen we dus zo’n heg kopen. De kwekerij (Tuincentrum Poot in Hattem) was zo charmant en goed gesorteerd dat we de kweker vroegen wat hij aan bomen in de kwekerij had. En wat een goede boom zou zijn voor een bescheiden achtertuin.

‘Nou,’ zei die man, ‘hier staan een paar krentenboompjes die ik interessant vind – Amelanchier Arborea Robin Hill. Een slank boompje, maximaal vijf meter hoog, roze bloemen in het voorjaar, vruchtjes in de zomer en mooie kleuren in de herfst. Ik heb ze van de week verpoot, vandaar dat er nu ee…’ -‘ JA PRIMA DOE MIJ DIE MAAR!!!’

Eh, zei mijn vriend, zullen we ook nog even naar andere bomen kijken?

Nou vooruit. Voor de vorm dan. En we liepen nog even verder, maar de andere bomen zouden geen vruchten hebben of 10 meter hoog worden en dat leek me dan niet zo relaxed voor de buren.

Ik had mijn hart al verpand aan het krentenboompje. Dat nu al 3 meter hoog bleek te zijn.

De boom bleek €65 te kosten. Wat ik echt een koopje vond, vergeleken met de prijzen die je betaalt in de grote tuincentra. We wilden ook nog 150 liter speciale aanplant-aarde en vier meter ligusterheg. In totaal waren we nog geen 100 euro kwijt.

De boom paste zelfs in de auto! Enigszins dubbelgevouwen maar toch.

En nu staat ie in de achtertuin. Bladloos en kaal. Feitelijk is het niet meer dan een flinke, dikke tak. Maar ik ben er vreselijk blij mee. Misschien wel blijer dan normaal is.

Ik snap niet dat niet iedereen me overspoelt met gelukwensen. Ik snap niet dat niet al mijn familieleden komen kijken naar ons nieuwe wonder! Ga maar groeien kleine dunne vriend. Ik kan niet wachten tot het voorjaar!

 

 

 

 

 

 

 

 

Thuis, maar dan op Schiermonnikoog

Ja sorry, ik zit nog steeds in het thema ‘thuis’. Er schoot me namelijk een plek te binnen waar ik me héél erg thuis voel.

SCHIERMONNIKOOG

En de Lloydstraat in Rotterdam, waar ik honderd miljoen jaar werkte. Maar die was niet zo mooi als

SCHIERMONNIKOOG

img_4120
bovenop de bunker die de Duitsers ooit lieten bouwen maar nooit echt gebruikt hebben

Toen Biem en ik nog niet zo lang verkering hadden gingen we een romantisch weekendje naar Schiermonnikoog. Dit was in 1865 geloof ik. Ik was nog nooit op een Waddeneiland geweest, want ja, ik kom uit de Randstad. Oh nee, dat is niet waar trouwens. Ik was wel eens op Texel geweest, met een vriendin mee en haar vriend maar ik was duidelijk het vijfde wiel aan de wagen en heb de hele trip uit mijn geheugen gewist.

Anyway, wij naar Schiermonnikoog. Ik verwachtte er niet zoveel van en dat is maar goed ook, want ik stapte compleet onbevangen van de boot. Wat meteen opviel was de frisse lucht. Jongens, het was er een partijtje frís, niet normaal meer. Niet koud. Fris.

img_4540
het Noderstraun, niet echt een zandstrand, maar een plek om te sporten, te vliegeren of een fikkie te stoken

Het is een autovrij eiland, en dat merk je. Er is minder stank, minder herrie en minder gedoe. Het is geen groot eiland en alle fietspaden zijn keurig aangeharkt. Je kunt er niet verdwalen. De natuur heeft alles: Duinen, de breedste, parelwitste stranden van Europa (waar ik op mysterieuze wijze geen enkele foto van heb op mijn telefoon), uitgestrekte moerasvlaktes, weilanden met koeien, maar ook een gezellig bosje en een recreatieplas met bijbehorend restaurant en kano’s. En er zijn nogal veel fazanten.

img_4121
in mei veranderen velden in bloemenweides

Er zijn geen schreeuwerige strandtenten op of vlak aan de stranden. Waar je op het gemiddelde strand midden in de bakluchten van Friet van Piet zit is Schiermonnikoog heerlijk frituurlucht-vrij. Nergens keiharde boenkeboenkemuziek, behalve in de zomer in de Tox Bar, maar ook dat is ernstig te overzien.

img_7213
Noderstraun bij zonsondergang

Het dorp Schiermonnikoog is van een schattigheid waar je week in de knieën van wordt. Er staan allerlei lieve oude huisjes en er zijn voldoende restaurants en café’s (waar je vooral niks exotisch moet verwachten). Er is een overbevolkte SPAR en de bakker gaat tussen de middag gewoon lekker ouderwets dicht. (Het brood is overigens al om kwart over negen op)

Het is eigenlijk een soort openluchtmuseum? Maar dan echt. Ofzo. Met als hoogtepunt het totaal ouderwetse Hotel van der Werff. Veel bezoekers van het eiland lopen daar langs maar gaan er nooit naar binnen. ZONDE! WEL DOEN! Van het superbruine café (met antiek & oorspronkelijk interieur) stap je de eetzaal in, en meteen ruim een eeuw terug in de tijd.

Er komt een keurige ober in zwart pak vragen voor hoeveel personen de tafel moet zijn (je kunt er niet reserveren) en dan ga je ergens in de zaal zitten, aan een tafel met wit tafelkleed. Er hangen kroonluchters aan het plafond, gekke schilderijen met schepen aan de muur, er ligt vloerbedekking van zestig jaar oud, er is glas-in-lood, er staat een vleugel, er zijn kamerafscheidingen, zilveren kaarsenstandaards (de ober steekt de kaars voor je aan), er is een menukaart met schrikbarend hoge prijzen.

Maar die moet je laten voor wat het is en gaan voor het dagmenu. Drie gangen. Soep vooraf, iets met vlees of vis als hoofd en een toetje. Vegetarische dingen hebben ze ook, maar dat ontstijgt het niveau ‘paddenstoel uit de oven’ niet.

Dat dagmenu is spotgoedkoop (€19,95) en het smaakt alsof je oma heeft staan koken. Zo ruikt de eetzaal ook, naar je oma. Er komt een terrine op tafel. De ober schept je eerste kop soep op, daarna mag je zelf scheppen. Van die aspergesoep met 1 stukje asperge, dat werk. Dat is eigenlijk al het hoogtepunt van het diner. Vind ik.

img_4276
de enige foto die ik kon vinden op mijn telefoon van een diner van Van der Werff

Daarna krijg je patat zoveel als je wilt, gekookte krieltjes, bakjes salade met zoetige dressing uit een fles. Her en der een verdwaalde maiskorrel in de sla. De groente is totaal slap en doorgekookt, maar de sliptongetjes zijn boterig en krokant. Verder is er bijvoorbeeld een schnitzel met ouderwetse zigeunersaus en varkenshaas met groene pepersaus. (Niet stikken in een pepertje, zoals mijn vader ooit bijna deed)

Toe krijg je dan een ijsje met van die blikmandarijntjes. Of een raar puddinkje (panna cotta blijkt een rekbaar begrip), gegarneerd met… blikmandarijntjes. Er is altijd appelmoes. Met stukjes. Compote heet het dan.

Och mensen, het is elke keer weer een belevenis. Dan de rekening, die alles meevalt want je hebt amper tijd gehad om je te bezatten aan de niet-zo-bijzondere huiswijn. Alles gaat in een razend tempo en dat is perfect als je met kinderen aan tafel zit. Ik kom er nu achter dat ik er amper foto’s van heb omdat het binnen te donker is om te fotograferen.

img_4171

img_4128
de Berkenplas

Een andere culinaire belevenis is Strandpaviljoen De Marlijn. Daar moet je heen voor écht lekker eten. Op de fiets, want lopen is niet te doen: véél te ver weg. Eerst lekker wegwaaien op het Badstrand, daarna heerlijk lunchen of borrelen bij De Marlijn.

img_4249
vissoep mmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmm

Eigenlijk is alles heel erg okee daar, maar de vissoep is LEGENDARISCH. Met grote bonken vis, garnalen, mosseltjes, zeekraal en lekker brood en rouille. Bij Strandpaviljoen De Marlijn serveren ze wèl lekkere wijn, van vol en hartverwarmend rood tot knisperend fris wit.

Ik ben inmiddels een keer of tien? op vakantie geweest naar Schier. Ik mag inmiddels Schier zeggen. We zijn er saampjes naartoe geweest, met één kind, met één kind en hoogzwanger van de tweede, met twee kinderen, met mijn schoonouders, met mijn eigen ouders, met mijn vriendinnen… elk jaar wel een keer. En heel soms twee keer. We gaan eigenlijk nooit in de zomer. Ik hou namelijk niet zo van strandvakanties. Van bakken in de zon in het zand. Ik vind het pas leuk op het strand als het hard waait en er niemand in zijn zwembroek rondhobbelt. 

img_7215
tortelduifjes

Ik ben er naartoe geweest toen ik op m’n gelukkigst was, en toen ik op m’n ongelukkigst was. Op een verlaten Noderstraun (Noorderstrand) kun je uitstékend heel hard huilen in de wind om je mislukte zwangerschap. En ook weten dat het goed zal komen.

Veel mensen dichten mystieke eigenschappen toe aan het eiland. Ik ga er voornamelijk heen omdat het zo prachtig en overzichtelijk is. Ik word er rustig. Dingen zijn ineens heel helder. Ik zag ooit op tv een man met ALS die op Schiermonnikoog was gekomen om te sterven. Hij en zijn gezin hadden een huisje gehuurd op het eiland en hij bracht er zijn laatste weken door. Dat zou ik ook zo doen als mij dat zou overkomen. Mooier kan het niet.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Thuis in Gorinchem en Rotterdam (terugblik)

Omdat ik de afgelopen jaren meerdere keren ben verhuisd ben ik het een beetje kwijt: Het Thuisgevoel. Ik weet niet meer zo goed wat dat is. Althans, ik wéét het natuurlijk wel- thuis is dat huis waar al mijn spullen staan, m’n gezin woont en waarvoor ik de hypotheek betaal. Dat is thuis. Maar vóel ik het ook zo?

Toen ik 44 jaar geleden werd geboren in het Beatrixziekenhuis in Gorinchem, hadden mijn ouders net hun fonkelnieuwe huurwoning betrokken. Een pas opgeleverde wijk die nog geen verharde straten had, amper bomen en nog geen schuttingen of aangelegde tuinen.

Na een kraamperiode van een week in het ziekenhuis (ik mankeerde niks, dat was toen gewoon zo) woonde ik in dat fonkelnieuwe huis. Met mijn piepjonge ouders (26 en 27 jaar oud) en een piepjonge Ierse setter genaamd Ruby. Na drie jaar kreeg ik een zusje- Sharon.

Ik heb een volle 18 jaar in dat hoekhuis gewoond. Daarna ging ik drie jaar lang op kamers, verknoeide wat studies en kwam weer fulltime thuis wonen. Ik haalde mijn journalistiekdiploma, ging in Hilversum wonen, daarna woonde ik soort-van-samen met iemand, dat ging uit en toen woonde ik wéér thuis. Thuis, dat was de Dr. Bauerstraat. Mijn zolderkamer was mijn domein.

Pas op mijn dertigste betrok ik een eigen etage in Rotterdam-Zuid. Toen moest ik gaan uitvogelen hoe ik me daar thuis kon gaan voelen. Dat viel nog niet mee, want ik kwam terecht in een krachtwijk/Vogelaarwijk/kansenwijk/achterstandsbuurt in een grote stad.

Het was leuk dat er zoveel verschillende eettentjes en exotische supermarkten waren. Het was klote dat je ´s avonds als vrouw alleen eigenlijk niet normaal over straat kon.

Maar binnen was het goed. Mijn etage had hoge plafonds en ornamenten en grote ramen en er was altijd iets te zien op straat.

Kamer bewerkt

Ik moest douchen in de gangkast en ik had een merkwaardige bovenbuurman die een verkeerd afgesteld sociaal gevoel had, waardoor ik regelmatig als een muisje de trap op sloop, in de hoop dat hij me niet zou horen binnenkomen. Want als ie doorhad dat ik thuis was, kwam hij vrij snel een praatje maken.

Dat praatje duurde dan veel en veel te lang en het eindigde er meestal mee dat hij een absurd verzoek deed; of ik mijn parkeervergunning een dag of drie wilde afstaan aan een vriend van hem, of dat zijn vriendin mijn bergzolder wilde gebruiken als atelier en of ik dan mijn teringzooi even ergens anders wilde stallen.

Of die keer dat hij er vanuit ging dat ik mijn hele vrije dag wilde opofferen om voor taxiservice te spelen omdat er weer eens rook uit het dashboard van zijn gare ouwe Porsche kwam. Alleen maar vier keer heen en weer naar de Porsche-garage in Nieuwerkerk a/d IJssel! Kom op zeg, dat doe je toch wel even?

NOU JA DAT DUS.

Uiteindelijk bleek het huisje in Rotterdam-Zuid mijn eerste eigen thuis. Waar niemand me raar aankeek als ik de hele dag in bed bleef liggen of urenlang slechte programma’s keek op tv. Lekker de boel de boel, héééérlijk. Had ik trek in twee biefstukken en verder niks? Nou, dan at ik twee biefstukken en verder niks. Urenlang stond ik dekbedovertrekken te strijken. Niemand die zich er aan stoorde of het juist fijn vond dat ik dat deed, behalve ikzelf.

Soms was ik eenzaam.

Slaapkamer

Ik ging wel eens drie keer in de week naar een übersjieke sportschool in Kralingen. Ik ging dagenlang winkelen in de stad. Ik ging alleen naar de bioscoop. Ik ging zuipen met collega’s en nam een taxi terug. Ik gaf feestjes en dineetjes. Ik deed niks waar ik geen zin in had. Ja, werken. Dat dan weer wel.

En regelmatig moest ik de stoep schrobben als er aangeschoten Feyenoordfans in ons portiek hadden staan pissen. Soms recht tegen mijn voordeur, waardoor de pis naar binnen klotste.

Toen het tijd was om te verhuizen heb ik er eigenlijk geen traan om gelaten. Het was een gezellige plek maar ik voelde me niet veilig op straat. Ik had behoefte aan rust, niet aan het arrestatieteam dat het tegenovergelegen café binnenviel. Niet aan een klusjesman die me bedreigde in mijn eigen woonkamer. Niet aan voortdurend gesis en de constante hoeveelheid troep op straat. De autokrakers die maar heel even ophielden met hun inbraak als je er langsliep.

Bovendien had ik een leuke vent ontmoet en gingen we samenwonen. In een heel schattig oud huisje in een pittoresk oud plaatsje.

Maar daar later meer over!

Waar voel jij je thuis?

 

 

 

 

 

 

Een heel nieuw leven

We wonen opeens in Zwolle. Nou ja, okee, niet helemaal zomaar vanuit het niets natuurlijk, want we hebben gewoon een huis gekocht en alles. Maar 3,5 maand geleden hebben we de Randstad verruild voor een ander leven in het oosten van het land.

En ik had daar dusdanig veel stress van dat ik geen zin of tijd had om er een blog over te schrijven. Nu wel. The dust has settled, zeg maar.

Half mei gingen we over, in een bizarre week.

Op maandag had ik mijn laatste werkdag bij RTV Rijnmond. Na 14 jaar vond ik het welletjes en stopte ik daar. Ik kreeg een speech en heel veel kadootjes en een huilbui van jewelste.

Op dinsdag kwamen de verhuizers alles inpakken en inladen en sliepen wij bij m’n schoonouders.

Op woensdag gingen we ’s ochtends naar de notaris en toen we de sleutel hadden kwam de verhuiswagen er aan. De rest van de dag hebben we alles uitgeladen en ingericht, zo goed en zo kwaad als dat ging.

Op donderdag gingen we weer naar de notaris, dit keer een andere, om de sleutels over te dragen aan de nieuwe eigenaren van ons ‘oude’ huis.

Op vrijdag was ik dood.

Ik was natuurlijk niet echt overleden, maar heel erg lekker in m’n vel zat ik ook niet, hahaha. Ik heb eigenlijk geen idee meer wat we nou precies gedaan hebben die dag. Ik vermoed dat ik veel tijd heb besteed aan het zoeken naar van alles en nog wat. In welke doos zaten ook al weer de glazen?

Ik had mezelf twee weken vrij gegund. Begin juni stapte ik binnen bij mijn nieuwe werkgevers: RTV Drenthe en RTV Oost. Bij Sky Radio werkte ik gelukkig al eerder, dat was een baken van herkenbaarheid in de grote chaos die ik ondervond. Want ALLES was nieuw. Nieuw huis, nieuwe buren, nieuwe stad, nieuw werk, nieuwe systemen, nieuwe school voor die kleine, nieuwe kinderopvang voor die kleinere kleine. Op een gegeven moment voelde alleen mijn auto nog vertrouwd. Kun je nagaan, hahaha!

Al dat nieuwe gedoe was soms nogal verwarrend (de telefoon opnemen bij Radio Drenthe met “Radio Oost, met Chantal”) maar op de één of andere manier ook wel lekker. Ik was -op z’n Rotterdams gezegd- totaal uit m’n leven gepleurd. En het is HEERLIJK.

De hele zomervakantie werkte ik door, het waren hoogtijdagen voor mij als freelance-presentator. Ondertussen gingen we -onder het mom van inburgeren- vaak uit eten in de binnenstad van Zwolle, als de meiden uit logeren waren.

En het voelde helemaal niet alsof ik een vakantie miste. Vakantie is voor loonslaven, voor mensen die dag in, dag uit hetzelfde doen en balen van hun rooster of van hun baas of hun collega’s. Maar kijk naar mij! Ik werk de ene dag hier, en de andere dag daar.

Ik kom elke dag nieuwe mensen tegen en hoef niet naar ellenlange vergaderingen om plannen te maken waar toch nooit iets van terecht komt. Ik doe m’n ding en ga naar huis. En iedereen is blij- vooral ik! Veel meer vrije tijd, de kans om mijn week naar eigen inzicht in te delen. Ik heb een accountant die Dennis heet en vier ‘vaste’ opdrachtgevers. Sleur? Dat ken ik niet meer.

Verder helpt het heel erg dat de rest van het gezin het hier in Zwolle ook fijn vindt. Merel is net 7 geworden en heeft allemaal leuke vriendinnen in de straat. Miaatje heeft een buurmeisje van dezelfde leeftijd waar ze graag mee speelt. We hebben een trampoline in de tuin waar ze elke dag op springen. Biem komt allemaal oude vrienden en kennissen tegen en voelt zich helemaal thuis.

In het nieuwe huis is een enorme speelzolder waar de kinderen lekker hun gang kunnen gaan. De straat is veel groener dan we gewend waren. Er zitten veel meer vogels in de tuin. Mussen en koolmezen, die we vetmesten met speciale vogelpindakaas. Ik heb een moestuin geregeld op een spectaculair mooie plek. Ik heb een sleutel van het huis van de buren. De Zwollenaren zijn heel vriendelijk. De sfeer is gemoedelijk. Ik sta nooit meer in de file.

Blij mee. Met alles.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Woontrend: Hollywood Regency

Elegante kitsch. Overdadige luxe, maar geen zigeunerinnen-boudoir. Warm goud, mooi paars, donkerblauw. Italiaans glas. Een manshoge gouden palmboom. Spiegeltafels. Messing dierenbeelden. Kringloopexpert Danny Post uit Schiedam ziet dat de woontrend ‘Hollywood Regency’ steeds populairder wordt. Daarom gaan we in het centrum van Rotterdam op zoek naar plekken waar je binnen deze interieurstroming mooie spullen kunt scoren.

Allereerst gaan we naar de markt op de Binnenrotte. Er zijn daar ook kramen met tweedehands spullen te vinden en Danny is er vaste klant. Dolverliefd pakt hij een groot wit beeld van een steigerend paard op. Uw verslaggeefster vindt het beeld beter passen in de woonwagen van een volkszanger, maar Danny weet zeker dat juist zo’n wit paard precies het gevoel van Hollywood Regency weergeeft. Hij heeft in gedachten de  woonkamer van een enigzins verlopen alcoholistische Italiaanse actrice in de jaren 60/70, omringd met lekker kitscherige glamour.

Danny Post: “Er spreekt ook een soort plezier uit, en ik denk dat daarom deze trend nu ook zo hot is. Mensen zijn dat stijltje van VT-Wonen een beetje zat. Dat nuchtere, stoere, sobere woongevoel met veel olijfgroen en betongrijs. Het is zo serieus en saai. We willen tegenwoordig wat meer experimenteren. We willen lekkere knalkleuren op de muren, een kanariegele bank neerzetten. Lekker een beetje lol hebben met je interieur en niet zo verantwoord blijven doen. Nederlanders vinden iets al snel ‘too much’ maar je kunt het ook doseren. Gewoon durven!”

In onze jacht op Hollywood Regency komen we uit bij Old North Interiors, een winkel een stukje verderop. Daar verkoopt een enthousiaste jonge ondernemer vintage designmeubels. Van een heel andere orde dan de spullen op de rommelmarkt, maar alles wel in goede staat. Omdat het hier om designklassiekers gaat (Rietveld, Gispen, Eames, Pastoe) scoor je hier niet echt koopjes, maar wel bijzondere items. Danny wordt blij van een halfronde spiegel en twee hanglampen in goud met glas die vroeger in het Hilton hotel hingen. ”Helemaal Hollywood Regency!” 

Danny: “Grappig is dat de spullen die binnen deze stijl passen een paar jaar geleden massaal afgedankt werden. Messing beeldjes van vogels of giraffen werden gezien als truttig, nu zijn ze -bijna letterlijk- goudgeld waard. Kijk nog eens bij opa en oma op zolder! Staat er wat? Zet het in je eigen woonkamer neer of verkoop het”.

Omdat uw verslaggeefster nog steeds niet helemaal weet wat ze met Hollywood Regency aan moet, wordt ze meegesleept naar de winkel Homestock. Een winkel waar ze allerlei dingen verkopen met een typische vintage-look, “maar dan zonder de tweedehands,” lacht Danny. Daar blijken apen gek genoeg dé trend te zijn. Beeldjes van aapjes, lampen die worden vastgehouden door koperkleurige apen, behang dat wordt bevolkt door bavianen… Je kunt net zo goed in de diergaarde gaan wonen, als je er maar wel alle wanden petrolkleurig verft en er een roze fluwelen bank neerzet.

Om weer even bij te komen van alle kleurige apenbling (is dat een woord? Nu wel) lopen we een laatste rondje over de markt op de Binnenrotte. Danny kon het witte paardenbeeld niet uit zijn gedachten krijgen en gaat nog even kijken bij de kraam. Hij komt van een koude kermis thuis want het paard is weg, verkocht. “Tja,” verzucht hij, ”Dat is het risico van het vak. Als je niet meteen toeslaat kun je te laat zijn. Iedere kringloop- en vintagefan kan zich nog wel een item herinneren dat hij eigenlijk had moeten kopen. Daar kun je jaren later nog spijt van hebben.”

 

Nieuw huis, nieuw leven

Het is alweer een tijdje geleden dat ik iets heb geschreven. En dat kwam niet doordat er niets is gebeurd, maar juist doordat er heel veel is gebeurd. Rustig maar, niks dramatisch.

Maar er waren allerlei dingen aan de gang waar ik maar beter niks over kon zeggen, omdat er nog zo weinig zeker was. Als een soort logisch gevolg deelde ik maar helemaal niks meer, want voor je het weet verklap je vanalles en dan is het einde zoek.

Ik stop bij RTV Rijnmond en verhuis met mijn gezin naar Zwolle. Zo. BAM. Dat is er uit.

Een echt duidelijke reden hiervoor is niet te geven. Het is meer het resultaat van allerlei kleine dingetjes. We hebben op een gegeven moment besloten om ons boeltje te pakken en te verhuizen naar Overijssel.

We wonen nog geen drie jaar in ons huidige huis dus dat is een beetje onhandig, maar met de huidige huizenmarkt durfden we de overstap wel aan. Er is niks mis met het huidige huis.

Het is een prima plek om kinderen groot te brengen: Ruim, licht, van alle gemakken voorzien. Iedereen een grote slaapkamer, en zelfs een speciale knutselkamer, parkeren voor de deur, vriendjes voor de kinderen in de buurt.

Toch hebben we nog niet de energie gehad (of gemaakt) om er echt ónze plek van te maken. De vloeren boven wilde ik graag vernieuwen, ik wilde graag gladde muren overal en niet van dat verschrikkelijke spachtelputz, ik wilde graag een nieuwe keuken, ik wilde een andere badkamer en stiekem toch ook wel een grotere tuin.

Intussen bleef het gewone leven maar doordenderen in alle sleur. Mijn radioprogramma deed ik al 9 jaar lang, elke dag tussen 10 en 13 uur. Om kwart over 10 het spelletje, om half één het praatje met de weerman…Alle dagen leken op elkaar en dan niet op een positieve manier.

Elke dag in de file, elke keer haasten naar het kinderdagverblijf…. Ik zag mijn kinderen en mijn man eigenlijk nooit. Alleen op zaterdag zijn wij met z’n vieren tegelijk thuis. En dan moet er vanalles gebeuren: boodschappen, schoonmaken, wassen draaien, sociaal doen.

Dan gaan verplichtingen zoals andermans kinderverjaardagen heel laag op het prioriteitenlijstje staan, net als familiebezoek, vrijwilligerswerk, de krant lezen, etcetera.

Rond die tijd hadden we thuis een paar keer een Goed Gesprek: Wat Willen We Nou Eigenlijk Met Ons Leven? We kwamen tot de conclusie dat we zeker niet héél erg ongelukkig waren maar dat we wel toe waren aan verandering.

Een goedkoop huisje op het Groningse platteland met een enorme tuin. Dat was de oplossing voor alle stress en alle sleur. Iedereen zou zijn baan opzeggen en iets anders vinden en veel geld verdienen met weinig uren en dan zou ALLES PERFECT worden.

(…)

Okee, zo ging het dus niet want B. kreeg op zijn werk een supermooie kans en wilde ineens niet meer honderden kilometers verderop zitten (heel gek is dat).

Ik kon stoppen met mijn dagelijkse radioprogramma en ging filmpjes maken. Dat was al een behoorlijke anti-sleur-maatregel.

Voor even was de veranderdrang verdwenen. En toch ook weer niet, want als je eenmaal verzonnen hebt dat je best weg kúnt, wíl je dat ineens ook.

Ik zag op Facebook dat er iemand op zoek was naar een leuke woning. Ik dacht: Ik heb een leuke woning. Ik maakte wat foto’s en stuurde een privébericht. We maakten een afspraak voor een bezichtiging en toen nog één. We kregen een bod, steggelden wat over de prijs en hopsakee! Huis verkocht.

Maar toen:

Paniek!!

WAAR moesten we in godsnaam gaan wonen? Als ware Funda-verslaafden zitten kijken naar alles wat er in de wijde omtrek te koop was. Maar ja. Lastig lastig. Veel geld voor fluthuizen.

Groningen toch maar? Nee, ging niet. Drenthe? Wel erg ver rijden naar Hilversum (vond ik geen probleem maar ik ben ook niet degene die daar vier dagen in de week heen moet rijden). Rotterdam? Onbetaalbaar geworden. De Veluwe? Kennen we niemand. Zeeland? Te kaal. Te Zeeuws. Brabant, Limburg en Noord-Holland waren überhaupt geen opties. Niks specifieks op tegen maar wij komen daar nooit en hebben er niets mee.

Op een avond opperde B. de stad Zwolle. M’n hart maakte een klein sprongetje. Een stad! Met dingen! Voorzieningen! En bekende mensen! B. heeft er gestudeerd en zijn vriendenclub van toen woont er nog steeds.

Lang verhaal nog langer: We hebben er een huis gekocht. Half mei gaan we over. En dan stop ik dus ook na 14 jaar bij Rijnmond. Ik ga freelance werken voor allerlei opdrachtgevers, daarover later meer.

We hebben er zin in! Ik vind het bij vlagen ook doodeng hoor, begrijp me goed. Maar ik vind het knap van ons dat we dit gaan doen. Weg met de sleur! Op naar nieuwe sleur! Hahaha!

Op Sherryreis via een culinair reisbureau

Ik ken mijn beste vriendinnen al meer dan 40 jaar. En een tijd geleden besloten wij te gaan sparen voor uitjes. Weekendjes weg zonder mannen en kinderen, dat werk. WANT DAAR HEBBEN WIJ HEEL ERG VEEL BEHOEFTE AAN 😬

Zeven jaar geleden gingen we een weekend naar Schiermonnikoog (totaal weggeregend).

Drie jaar terug waren we toe aan ons tweede uitje: 5 dagen New York City. Dat was een groot succes en moeilijk te overtreffen.

Toen we een nieuwe bestemming wilden uitzoeken liepen we tegen diverse problemen aan. Het ingewikkeldste was verzinnen waar we heen wilden en wat te doen. We zijn alledrie totaal verschillend.

Mijn twee vriendinnen zijn heel erg sportief (geworden) en ik ben het tegenovergestelde. Kajakken in de Alpen? Ik ga liever gewoon dood. Vet feesten op Ibiza? Neen dankuwel. Een citytrip? Veel te vermoeiend. Een paar dagen op het platteland? Te saai.

En dan wil die niet naar IJsland, die niet naar Madrid, die niet naar Dublin, die niet naar Kopenhagen, die niet naar Budapest, enz enz

Kortom; moeilijk moeilijk. We bleven het prikken van een datum maar verschuiven waardoor ons spaarsaldo bizarre vormen begon aan te nemen.

Op een gegeven moment kreeg ik een soort lumineus idee. Want wát vinden we alledrie wèl leuk? Het antwoord: lekker eten. En zo kwam ik bij een culinair reisbureau uit.

Daar vroeg ik om een gepersonaliseerde reis en offerte. Drie wijven, begin 40, willen weg maar niet te ver en veel lekker eten graag. Ik kreeg diverse suggesties.

Wijn drinken in Lissabon, koken in Barcelona en sherry proeven in Jerez.

Uiteindelijk kozen we voor de Sherry-reis naar Spanje. Waarom?

Vinden wij sherry lekker?

Eh. Geen idee eigenlijk.

Houden wij zo van Spanje?

Ik was er nog nooit geweest.

Maar het was prachtig. Eerste stop: Sevilla.

Kijk nou hoe mooi! Ik heb me nog nooit ergens zo snel thuis gevoeld. De mensen waren er superaardig, het tempo ligt er aangenaam laag en ik voelde me er meteen helemaal bueno.

We waren er begin oktober en toen was het er nog ruim 30 graden. We kregen een rondleiding van gids Jaime. Fonetisch: [gaimèh]

Jaime wist ons honderdmiljoen miljard dingen te vertellen over de opbouw van de stad, over het verschil tussen Romeinen en de rest van de wereld, over citrusbomen, over zoenen met Spanjaarden (je zoent kennelijk iedereen. De hele dag), over Columbus, over flamenco, over Moren, over Barbaren, over Spaanse families en hoe hecht ze zijn… ik heb genoten.

Jaime doet dit werk al 20 jaar, zeven dagen per week, 2 keer per dag. Moet je je dát eens voorstellen zeg. En dan was ie ook nog eens pas geopereerd aan z’n voet! #zielig

Hij zei zelf dattie oud genoeg was om onze vader te kunnen zijn, maar navraag leerde dat hij 49 was en waarschijnlijk niet op zijn 6e al voor nageslacht had kunnen zorgen. Maar, goed gewerkt Jaime! We waren er bijna ingetrapt. Bíjna.

De diners (en 1 lunch) waren door het reisbureau al volledig gepland, en dan kregen we er ook wijn en sherry bij, zoveel als we op konden.

Dat bleek in de praktijk nogal mee te vallen; Sherry (alle diverse soorten) heeft een flink alcoholpercentage en sla je niet zo makkelijk achterover als een willekeurig wijntje.

Het hotel in Sevilla was heerlijk, met een ondiep zwembadje op het dak en een bar met cocktails. Ook helemaal niet verkeerd.

Op dag twee in Sevilla brachten wij een bezoek aan het adembenemend mooie Alhambra. Een paleis om je vingers bij af te likken. Zie dit plafonnetje dan.

Na twee nachten Sevilla stapten we in de huurauto en reden we naar Jerez voor een overnachting in een hotel dat verder niet echt de moeite waard was.

In Jerez hebben we flink gewandeld, op terrasjes gezeten en een rondleiding gehad door een gerenommeerd sherry-huis: Bodegas José Estevéz.

Daar kwamen we erachter dat we sherry eigenlijk niet zo heel erg lekker vinden. Vooral de ‘jongere’ sherry’s zijn ehm… niet voor beginners.

Het zij zo. Nog wat vreetfoto’s? Ja? Ja?

Hier had Wies een gele jurk aan, met een geel drankje, geel eten bij een geel restaurant.

En dit was de eerste keer dat ik inktvis lekker vond.

En wat ze hier met een stuk tonijn hadden gedaan was onbehoorlijk lekker. We aten dit in Sanlucar de Barrameda, in een restaurant waar we zonder culinair reisbureau nooit terecht waren gekomen en waar de ober van die lieve donkere droomoogjes had en een rommelig baardje en een heel schattig accent…. sorry ik dwaal een beetje af.

Dan maar even over de sherry. Ik had in m’n leven pas een glas of twee op voordat ik aan deze reis begon.

Nu -na twee uitgebreide rondleidingen bij diverse bodegas- kan ik gastcolleges geven over de soorten sherry en hoe ze gemaakt worden.

Allereerst heb je druiven nodig die groeien rondom de stad Jerez of Sanlucar de Barrameda.

Daar maak je dan eerst een wrang droog wit wijntje van. Dat gaat in vaten, waar je het lekker laat gisten. Na een tijdje giet je driekwart van het vat in het volgende vat. Dat laat je ook weer gisten en doen en dan giet je het weer in een volgend vat.

Dat doe je vier keer. En in elk stadium kun je de sherry al drinken. Van licht, droog en wrang (Fino) naar donker, stroperig en mierzoet (Pedro Ximenez- lekker voor bij het dessert)

Je kunt de boel ook nog mengen en dan krijg je Cream Sherry. Bijvoorbeeld: Het ultiem zoete Pedro Ximenez met een jongere versie.

Dan is er ook nog een soort mislukte sherry die zeer exclusief is en die heet La Manzanilla. Daar is de gisting fout gegaan waardoor ie een heel eigen smaak krijgt.

Spanjaarden gooien alle sherry in de koelkast. Je drinkt het dus- alle soorten!- gekoeld. De mierzoete (die wij stiekem het lekkerst vinden) drinken ze alleen met kerst.

Wat een lekker reisje was dit. Ik hou nu nog meer van mijn vriendinnen dan ik al deed. Wat was het leuk. Zo gezellig en ongedwongen.

Nu krijg ik wel erg veel last van heimwee dus ik stop met dit verhaal. En neem nog een Pedro Ximenezje, met een stukje manchego en een klein beetje Spaanse ham. Adios! Hasta luego.

Moederblues

Het is pas dag 3 van de meivakantie. Het regent de hele dag en de kinderen zijn vloeibaar van landerigheid. Al om half tien hoort Moeder het eerste ‘Ik vervéél me’ – alsof het allemaal háár schuld is.

De kleuter meldt dat ze vandaag helemaal niemand wil zien. Aankleden wil ze ook niet. Of toch wel, maar dan wil ze alleen haar My Little Pony-jurk aan. Maar het is veel te koud voor dit polyester gedrocht. Na keiharde onderhandelingen en een omkoopschandaal kleedt het kind zich alsnog fatsoenlijk aan.

Rond het middaguur staat het eerste vriendje op de stoep. Vlak daarna belt er nog een vriendinnetje aan en vertrekt het gezelschap naar boven.

Hels gekrijs en hard gebonk volgt. Moeder gaat bezorgd kijken en vindt de kinderen aan het ‘schaatsen’, met houten stukken Tsjechisch speelgoed aan hun voeten.

Daarna krijgen ze nog 6 keer ruzie over wie er wel of niet de baas aan het spelen is. Om de haverklap staat er een verongelijkt kind beneden te klagen over de anderen. Moeder doet alsof ze Zwitserland is, weigert partij te kiezen en hoopt dat ze elkaar en het huis niet slopen.

De dreumes wil alleen nog maar ‘koekies’ en ‘boekies’. Moeder vindt zo af en toe een koekje echt prima en boekjes voorlezen is ook helemaal goed en zeer educatief verantwoord, maar niet HONDERDZESTIG KEER ACHTER ELKAAR MUIS GAAT VLIEGEN. Nog even en Muis gaat ècht vliegen maar dan linea recta de grijze kliko in.

Met d’r domme muizenharses.

Ondertussen probeert Moeder wat wasjes te draaien en een beschaafd kopje thee te drinken. De kinderen eten in een onbewaakt ogenblik alle stroopwafels op.

Als Moeder even rustig gaat poepen valt de dreumes van een stoel. Moeder haast zich terug de kamer in om het hard huilende kind te troosten. Dat lukt maar matig. Er moeten 7 tosti’s gebakken en gegeten worden om de sfeer weer enigszins goed te krijgen.

Moeder wil graag een stukje lezen in haar truttige interieurbladen om zich te vergapen aan prachtige accessoires die ze nooit zal bezitten want wat moet je in godsnaam verdienen om een lamp van €8000 te kunnen betalen!?!?!? Wie koopt er zulke dingen? Één van de onopgehelderde mysteries van het leven.

Moeder komt niet ver in haar bladen want de losgeslagen kinderen komen de trap af gestampt en melden vrolijk dat ze beneden komen spelen.

Er wordt woest gegooid met een stuiterbal en Moeder eist dat de kinderen het gestuiter buiten voortzetten. De kinderen mollen daarna de halve tuin, waarna ze door Moeder naar de speeltuin gestuurd worden.

De dreumes is inmiddels overal klaar mee. Moeder legt het tegenstribbelend kind op bed en verbaast zich over de kracht die schuilt in zo’n minilijfje. Moeder verwacht dat ze grote spierballen krijgt van het worstelen met haar jongste dochter en besluit toch maar geen lid te worden van de sportschool.

Het hartverscheurend gehuil uit de kinderkamer houdt ongeveer 30 seconden aan. Daarna valt de dreumes in een diepe slaap. Zij wel, denkt Moeder jaloers.

Tijdens het slaapje van de kleinste ruimt Moeder de keuken op, hangt ze de was te drogen, zorgt ze dat de schone kleding in de juiste kast terecht komt en verschoont ze het grotemensenbed.

Moeder gaat even kijken in de kamer van de oudste en treft daar een ongelooflijke puinhoop aan. Moeder geeft het op en sjokt weer naar beneden.

Uitgeput ploft Moeder op de bank. Het is stil in huis. De thee is steenkoud geworden. De koek is op. Vader komt thuis van zijn werk en roept tegen Moeder: “Hee, vakantievierder! Heb je een lekker relaxed dagje gehad?”

☹️

Ruimte voor nieuwe dingen!

Nu onze jongste dochter meer slaapt dan huilt ’s nachts -EINDELIJK- komt er ook meer ruimte in m’n hoofd voor nieuwe dingen.

Ik heb doorlopend zin om projecten in het huis aan te pakken (JA IK BEDOEL JOU, ROMMELKAMER) en ik wil zo graag knutselen. Dingen maken. Dingen veranderen.

Ik heb voor het eerst in jaaaaaren weer eens wat gebreid:

Natuurlijk is dat breien MEGATRUTTIG maar ik ben dan ook megatruttig. Weet ik heus wel.

Het is ook erg meditatief, op een gekke manier. En verslavend. Nu de sjaal af is wil ik nóg iets breien. Het gaat hierbij zeker niet om het resultaat maar om het breien zelf. (Dit is een disclaimer aangezien de eerste gaten al in de nieuwe sjaal zijn gevallen 🤣🤣)

En ik heb voor de vogels een intimiderende creatie gemaakt van frituurvet en zangzaad: Een heuse vetbol-pyramide! Uiteindelijk kwamen er geen vogels en dacht ik dat ze het misschien wel een te eng ding vonden en heb ik de pyramide ontmanteld.

En toen kwamen ze wèl:

Nog steeds niet met grote massa’s tegelijk maar ik ben toch tevree. Want er zijn hier bijna geen vogels aangezien iedereen z’n tuin heeft dichtgetegeld. En er zijn nergens bomen.

Anywayyyy.

Ik voel weer de oud-Hollandsche dadendrang opborrelen.

Dus!

Ik ga het in 2018 eens he-le-maal anders aanpakken.

Ik heb bijvoorbeeld allerlei nieuwe projecten zitten verzinnen qua werk, die in goede aarde lijken te vallen. Alles moet nog uitgewerkt worden dus kan ik er nog niet veel over zeggen, maar ik heb er in ieder geval zin in.

Verder mag ik af en toe het nieuws voorlezen op Sky Radio. Het gaat echt maar om een paar daagjes per jaar en dat is juist hartstikke leuk. Zo kan ik het combineren met mijn ‘gewone’ werk bij Radio Rijnmond. (Er is helemaal niks gewoons aan je eigen dagelijkse radioshow presenteren maar goed)

Ik moet zeggen, het is uitermate verfrissend om na 12 jaar eens bij een andere werkgever rond te lopen. Al is het maar eens in de zoveel weken. Echt super dat ik deze kans krijg van Sky én van RTV Rijnmond.

Ik zou zeggen: Stay tuned!

Mogelijk gemaakt door WordPress.com.

Omhoog ↑