Een boom planten. Daar word je vrolijk van!

Al bijna een week lang word ik elke ochtend wakker met het gevoel dat er iets leuks aan de hand is. Dan probeer ik even kort te verzinnen wat mij dat gevoel geeft en dan schiet het me weer te binnen: Ik heb een boom!

Jeej!

Wij hebben een paar dagen geleden een boom geplant in de achtertuin. We hadden het er al ruim een jaar over. Sterker nog; Twee jaar geleden kreeg ik voor m’n verjaardag al een boom, een belofte van een boom. We moesten hem alleen nog uitkiezen en in de tuin zetten. Ik ben in het voorjaar jarig en het boomplantseizoen schijnt te beginnen in oktober, dus ik had alle tijd.

Ik wilde een boom in onze voortuin, aangezien er in de straat bijna geen bomen te vinden waren. Ook bijna alle achtertuinen waren dorre tegeltoendra’s, en in onze minituin hadden we geen plek voor mijn boom-ambities. Of nou ja, misschien was er wel plek, maar dan konden we er zelf niet meer bij.

Toen begonnen de plannen te gisten voor een verhuizing en kwam er niks meer van een boom planten. Want een boom planten doe je alleen als je er zelf nog jaren van wil genieten, merkte ik.

In ons nieuwe huis staat in de voortuin al een boom. Een heel aparte: Een gingko biloba. Die stond al hoog op mijn verlanglijstje, vanwege zijn aparte bladvorm en prehistorisch voorkomen. Ik vind het een leuk idee dat de gingko’s er al waren toen er dino’s op de aarde rondstampten.

In de voortuin stond ook een buxushaag, die afgelopen zomer binnen een week was opgevreten door de beruchte buxusrups. (ik heb nog wekenlang buxusmotten binnen gehad- aaargh)

Anyway, de buxus hebben we er uit getrokken (GOOR WERK OMDAT ALLE STOFFIGE RUPSENPOEP IN MIJN GEZICHT STOOF) en af laten voeren door de gemeente Zwolle. Sindsdien waren we hegloos, waardoor de voortuin er armoedig uitzag. Als een gebit waar de voortanden uit ontbreken.

Dus moest er een nieuwe heg. Ik heb als een ware tuindictator mijn zin doorgedreven en een (groenblijvende) ligusterheg uitgekozen. Ik had ergens gelezen dat de mussen ligusterheggen zo fijn vinden en ik heb alles over voor de mussen.

En afgelopen week gingen we dus zo’n heg kopen. De kwekerij (Tuincentrum Poot in Hattem) was zo charmant en goed gesorteerd dat we de kweker vroegen wat hij aan bomen in de kwekerij had. En wat een goede boom zou zijn voor een bescheiden achtertuin.

‘Nou,’ zei die man, ‘hier staan een paar krentenboompjes die ik interessant vind – Amelanchier Arborea Robin Hill. Een slank boompje, maximaal vijf meter hoog, roze bloemen in het voorjaar, vruchtjes in de zomer en mooie kleuren in de herfst. Ik heb ze van de week verpoot, vandaar dat er nu ee…’ -‘ JA PRIMA DOE MIJ DIE MAAR!!!’

Eh, zei mijn vriend, zullen we ook nog even naar andere bomen kijken?

Nou vooruit. Voor de vorm dan. En we liepen nog even verder, maar de andere bomen zouden geen vruchten hebben of 10 meter hoog worden en dat leek me dan niet zo relaxed voor de buren.

Ik had mijn hart al verpand aan het krentenboompje. Dat nu al 3 meter hoog bleek te zijn.

De boom bleek €65 te kosten. Wat ik echt een koopje vond, vergeleken met de prijzen die je betaalt in de grote tuincentra. We wilden ook nog 150 liter speciale aanplant-aarde en vier meter ligusterheg. In totaal waren we nog geen 100 euro kwijt.

De boom paste zelfs in de auto! Enigszins dubbelgevouwen maar toch.

En nu staat ie in de achtertuin. Bladloos en kaal. Feitelijk is het niet meer dan een flinke, dikke tak. Maar ik ben er vreselijk blij mee. Misschien wel blijer dan normaal is.

Ik snap niet dat niet iedereen me overspoelt met gelukwensen. Ik snap niet dat niet al mijn familieleden komen kijken naar ons nieuwe wonder! Ga maar groeien kleine dunne vriend. Ik kan niet wachten tot het voorjaar!

 

 

 

 

 

 

 

 

Nou eens een keer NIET naar het tuincentrum

Ik zit in de laatste paar dagen van mijn 2,5 week vakantie. Zoals altijd moest ik me vanmorgen enorm verzetten tegen de neiging om naar een tuincentrum af te reizen en daar een absurd bedrag uit te geven.

M’n tuin is vol (echt) maar ik zie onze stervende olijfboom en ik wil hem niet redden. Er moet iets nieuws komen! Iets fris! Iets groens! Nu! Nu! En die halfgare vlinderplant kan er ook wel uit, er past vast iets veeeeeel mooiers in die bak in de voortuin.

Zo denk ik dan. Ergens in mijn hoofd zegt een stemmetje dat ik pas ècht gelukkig zal zijn als die tuin he-le-maal perfect is.

Maar wanneer bereik je dat punt? Nooit natuurlijk. Er is altijd wel wát. Staan je hosta’s er prachtig bij, zakt je Toscaanse Jasmijn helemaal in. Of de boel staat op het punt te gaan bloeien en dan komen er slakken of rupsen alle jonge knoppen opvreten. Of de zon schijnt niet tijdens je feestje, of je wordt zeeziek in je übertrendy hangstoel. Je dahlia’s knakken in de wind, de luizen bevolken je rozen. Zo blijf je bezig.

Dat perfecte wereldje bestaat gewoon niet. Dat weet ik. En toch vind ik het moeilijk om er niet aan toe te geven. Ook al is m’n geld bijna helemaal op en is die tuin tot op de millimeter volgeplempt.

Ik denk dat het hetzelfde werkt bij mensen die heel veel nieuwe kleding kopen. De constante belofte van een beter leven, het droomplaatje dat de bladen en instagram je aanpraten.

Ik had al vrij snel door dat het me met kleding nooit zal lukken. Ik heb niet veel gevoel voor stijl of mode en bovendien ben ik geen 20 meer. Naveltruitjes en high waisted skinny jeans zien er gewoon niet uit bij mij. Bovendien heb ik al m’n geld al uitgegeven aan planten.

Jurken wil ik wel graag kopen maar ik zit wat dat betreft ook aan m’n taks. Ik heb massa’s jurken en ik draag ze maar heel af en toe. En als ik dan eens een complimentje krijg vind ik het rete-ongemakkelijk. Online niet hoor, raar hoe dat werkt. Bewonder mij, maar wel op een veilige afstand alstublieft dankuwel.

Misschien moet ik wat meer werk maken van het tuinieren an sich. Er komt meer bij kijken dan de hele tijd maar dingen kopen. Het moet wat meer om het proces gaan draaien dan om het eindresultaat.

Maar ja, dingen planten is wel èrg leuk. Planten en zaden zien groeien ook. Me met andermans tuin bemoeien vind ik ook leuk. Het is zo constructief en creatief en positief.

Als die meiden van me wat ouder zijn moet ik toch maar weer een moestuin nemen. Dan blijf ik zéker in de weer.

Een cursus tuinontwerpen gaan doen misschien? Een tv-programma over tuinieren presenteren? (Dat zou trouwens echt PERFECT zijn- John de Mol, bel me!)

Kortom; ik ben een raar tuinvrouwtje geworden. Maar dan echt. 😀 Tot slot nog een quote van tuiniergod Monty Don:

Mogelijk gemaakt door WordPress.com.

Omhoog ↑