Nou eens een keer NIET naar het tuincentrum

Ik zit in de laatste paar dagen van mijn 2,5 week vakantie. Zoals altijd moest ik me vanmorgen enorm verzetten tegen de neiging om naar een tuincentrum af te reizen en daar een absurd bedrag uit te geven.

M’n tuin is vol (echt) maar ik zie onze stervende olijfboom en ik wil hem niet redden. Er moet iets nieuws komen! Iets fris! Iets groens! Nu! Nu! En die halfgare vlinderplant kan er ook wel uit, er past vast iets veeeeeel mooiers in die bak in de voortuin.

Zo denk ik dan. Ergens in mijn hoofd zegt een stemmetje dat ik pas ècht gelukkig zal zijn als die tuin he-le-maal perfect is.

Maar wanneer bereik je dat punt? Nooit natuurlijk. Er is altijd wel wát. Staan je hosta’s er prachtig bij, zakt je Toscaanse Jasmijn helemaal in. Of de boel staat op het punt te gaan bloeien en dan komen er slakken of rupsen alle jonge knoppen opvreten. Of de zon schijnt niet tijdens je feestje, of je wordt zeeziek in je übertrendy hangstoel. Je dahlia’s knakken in de wind, de luizen bevolken je rozen. Zo blijf je bezig.

Dat perfecte wereldje bestaat gewoon niet. Dat weet ik. En toch vind ik het moeilijk om er niet aan toe te geven. Ook al is m’n geld bijna helemaal op en is die tuin tot op de millimeter volgeplempt.

Ik denk dat het hetzelfde werkt bij mensen die heel veel nieuwe kleding kopen. De constante belofte van een beter leven, het droomplaatje dat de bladen en instagram je aanpraten.

Ik had al vrij snel door dat het me met kleding nooit zal lukken. Ik heb niet veel gevoel voor stijl of mode en bovendien ben ik geen 20 meer. Naveltruitjes en high waisted skinny jeans zien er gewoon niet uit bij mij. Bovendien heb ik al m’n geld al uitgegeven aan planten.

Jurken wil ik wel graag kopen maar ik zit wat dat betreft ook aan m’n taks. Ik heb massa’s jurken en ik draag ze maar heel af en toe. En als ik dan eens een complimentje krijg vind ik het rete-ongemakkelijk. Online niet hoor, raar hoe dat werkt. Bewonder mij, maar wel op een veilige afstand alstublieft dankuwel.

Misschien moet ik wat meer werk maken van het tuinieren an sich. Er komt meer bij kijken dan de hele tijd maar dingen kopen. Het moet wat meer om het proces gaan draaien dan om het eindresultaat.

Maar ja, dingen planten is wel èrg leuk. Planten en zaden zien groeien ook. Me met andermans tuin bemoeien vind ik ook leuk. Het is zo constructief en creatief en positief.

Als die meiden van me wat ouder zijn moet ik toch maar weer een moestuin nemen. Dan blijf ik zéker in de weer.

Een cursus tuinontwerpen gaan doen misschien? Een tv-programma over tuinieren presenteren? (Dat zou trouwens echt PERFECT zijn- John de Mol, bel me!)

Kortom; ik ben een raar tuinvrouwtje geworden. Maar dan echt. 😀 Tot slot nog een quote van tuiniergod Monty Don:

Advertenties

Mogelijk gemaakt door WordPress.com.

Omhoog ↑